is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

heeft veelmalen ernstig er toe bijgedragen tot een goed namiddagdutje. Alles warrelt hem nog wel onbestemd door het hoofd, doch bij de toepassing zullen die verschillende door elkaar warrelende zaken tot rust komen, evenals de door een Wervelwind rondgevoerde dorre bladeren na de werking van den wind ergens een steun- en ligplaats terugvinden. Doch hoe onbestemd hij in het algemeen nog moge zijn, dit staat bij hem vast: niet hij zal medetrekken in het oude gareel van gewoonten en gebruiken waarmede de heeren oudlandheeren werken en vooral niet de wijze waarop de werkkrachten der Inlanders worden aangewend en beloond.

Zij, die slechts in een ondergeschikte betrekking blijven als opzichter of iets dergelijks, doen minder kwaad. "Wel hebben zij volgens hun meening een betere wijze van de cultuur te drijven aan hun toezicht toevertrouwd, wel kennen zij een bereiding van den oogst, die, toegepast, niet anders dan de hoedanigheid van het product moet verbeteren; wel laten zij vol bittere borrels zijnde een glimp zien van hun theorieën welke steeds op het punt staan op schrift gesteld te worden, doch gelukkig, zoowel voor den werkgever als den geldschieter, blijven die methoden onbeschreven en verdwijnen met den alcoholischen nevel even spoedig als ze daaronder ontstaan zijn. De landheer echter kan theorie en praktijk hand aan hand doen gaan, uit welken nevel zij ook geboren is, en, helaas, doet hij dat dan ook. Eaad vraagt hij niet, zelfs geen inlichtingen en, wanneer hij al eens met zijn bnurmanlandbouwer over de zaken spreekt, dan is zulks alleenlijk om hem zijn werkwijze bekend te maken, welke natuurlijk geheel van de algemeen toegepaste afwijkt, zijn behandeling der werkkrachten enz. enz., en hem tevens steeïsgewijze te laten voelen hoe een stumpert hij nog is met aan die oude landbouw-traditiën te blijven vasthouden. Hij is altijd zeer vroeg op en, volgens zijn opvatting, kunnen de boedjangs niet te vroeg aan het werk gaan; hij gaat door dik en dun om het werk aan te wijzen en de dagtaak te bepalen, want hij meent