is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53

de superintendent van de haven in zijn verslag van 2 Juni 1882, „is hoofdzakelijk te danken aan den graanuitvoer, voor den afscheep waarvan het dok speciale gemakken aanbiedt," en verwonderen kan het dan ook niet, dat van den kant van belanghebbenden bij den graanhandel met alle macht op eene verdere uitbreiding van de aan de tegenwoordige eischen zoo in alle opzichten voldoende gelegenheid tot afscheep werd aangedrongen.

Aan dien aandrang nu is onmiddellijk gehoor gegeven. Plannen werden ontworpen voor den aanleg van eene zich aan het bestaande dok aansluitende nieuwe binnenhaven, en nadat de Regeering aan die plannen hare goedkeuring had gehecht, werd ter uitvoering er van in Januari 1885 door het havenbestuur een contract gesloten met de aannemersfirma Kirby and Co., waarbij deze zich verbonden tot oplevering van het werk voor of op ultimo October 1888. Maar reeds in den aanvang van het loopende jaar kwam tot aller genoegen de arbeid gereed, en zoo kon op den 21 Februari 11. de nieuwe haven, waaraan bij die gelegenheid de naam van „Yictoria doek" geschonken werd, door Lady Reay, de gemalin van den Gouverneur van Bombay Lord Reay, in tegenwoordigheid van alle notabelen van de plaats, plechtstatig geopend worden.

De water-oppervlakte van het nieuwe bassin is ongeveer 25 acres, en die van de Prinsenhaven 30 acres, of te zamen 55 acres (gelijk 3iy3 bouws of 22y4 H.A.), met 3 Engelsche mijlen of nagenoeg 5000 meters kaaimuur, waaraan de schepen eene ligplaats vinden kunnen. Beide haven bassins zijn voor het overige voorzien van de nieuwste en volmaakste inrichtingen en accessoires noodig om de kosten van laden en lossen der schepen tot het laagst mogelijke peil terug te brengen. Toch geldt ook hier het dankbaar, maar niet voldaan; want de verwachtingen en wenschen van Bombay zijn reeds gericht op eene uitsluitend voor den afscheep van graan bestemde en ingerichte havengelegenheid, en wie weet binnen hoe