is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

gens hetwelk Britsch-Indie noodwendig moet te gronde gaan omdat de opbrengst van den bodem op niet meer dan 3iy3 shilling per hoofd der bevolking in het jaar kan worden aangenomen (tegen gemiddeld £ 30 per hoofd in Groot-Brittanje en Ierland), ik reeds tien jaren geleden eene berekening ten beste gaf, die tot de slotsom leidde, dat de productie van Java per hoofd der bevolking eene waarde van / 18.923 in het jaar vertegenwoordigt, of juist evenveel als de productie van Britsch-Indie, niettegenstaande den naar veler oordeel „ onvergelijkelijken rijkdom van Java's bodem."

Behalve met de landrente heeft de eigenlijke landbouwer in Britsch-Indië, en de kleine man in het algemeen, met directe bglastingen niets te maken. Hij draagt zijn aandeel in de accijnsbelasting, wanneer hij in strijd met de voorschriften van zijn godsdienst van het gebruik van geestrijke dranken zijne gewoonte maakt en eveneens in de zegelbelasting, wanneer hij toegeeft aan het bij velen sterk ontwikkelde zwak voor het voeren van twistgedingen; maar voor het overige is, sedert de in 1882 vorordende afschaffing der invoerrechten, de zoutbelasting de eenige belasting, die werkelijk op hem drukt, en wel tot een bedrag, dat op niet veel meer dan 40 centen per hoofd in het jaar zal neerkomen. Van opdrijving der belastingen tot een voor de rust van het land bedenkelijk peil kan dus allerminst sprake zijn, en veeleer mag men met Sir Richard Temple de vraag stellen, „how the people of Britsh India are to be taxed at rates more moderate and light, if they are to be taxed at all."

De overige bedenkingen en grieven van de bestrijders van Engelaud's regeeringsbeleid tegenover Indië behoeven ons niet lang bezig te houden. Het is zeer wel mogelijk, dat de spoorwegen hier en daar nadeel hebben toegebracht aan de gewone transportmiddelen, en dat zoodoende aan menigeen een winstgevend bedrijf is ontnomen; maar aan den anderen kant is het meerdere vertier, door het spoorwegverkeer in het leven geroepen, en de toegenomen productie in vroeger voor het