is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Bij de uiteenzetting van die stelling zegt spr. o. a.: „Om welke redenen dan ook, verschil van godsdienst, beschaving, ras en dergelijke, staat in nederzettingen als Nederlandsch Indie een deel van de immigranten naast de oorspronkelijke bevolking, zonder dat beiden één geheel uitmaken. Wanneer nu in de volkplantingen de wetgevende macht in het moederland zich behoort te beperken tot het handhaven van het recht van den Staat, schijnt het mij toe, dat in nederzettingen het toch ook het recht van het moederland is, om tusschenbeiden te komen, waar het de belangen geldt van de verschillende bestanddeelen van de bevolking aldaar gevestigd."

Spr. bedoelt hier niet bestanddeelen, die noodzakelijk v ij a n d i g tegenover elkander zouden staan, maar van elementen die naast elkander staan, bestanddeelen, die niet samensmelten, die geen geheel uitmaken. Het is eene dwaasheid om, zooals maar al te veel gedaan wordt, te spreken van eene planterspartij, eene dwaasheid, alsof niet in vele opzichten de belangen van hem, dien men planter noemt, met de belangen van de inlandsche bevolking overeenstemmen. Maar even dwaas zou het, volgens Spr., zijn om de oogen te sluiten voor het feit, dat er toch wel meermalen gevallen kunnen voorkomen, waarin zij, die in de kolonie zelve wonen, niet in staat zijn om met volkomen onpartijdigheid te oordeelen, wat het belang der overheerschten meebrengt; gevallen, waarbij men niet met volle gerustheid het lot der inlandsche bevolking in de handen van de Europeesche bewoners der kolonie zou durven laten berusten.

Men heeft, en niet geheel ten onrechte, aan ons parlement voorgeworpen dat de taak, die het op zich neemt om wetten te geven voor de kolonie, eene zoo groote mate van objectiviteit vereischt, dat zij zoo goed als onmogelijk te vervullen is. Maar naar het Spr. toeschijnt kunnen gevallen voorkomen waarin de bewoners van de kolonie eene nog grootere mate van objectiviteit zouden noodig hebben om voorkomende kwesties met onpartijdige behartiging van de