is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

betrokken belangen op te lossen; er kunnen zich wel degelijk gevallen voordoen, waarbij het noodig zal zijn, dat in het belang van eene ontwikkeling van de verschillende bestanddeelen der bevolking ook aan de wetgeving in het moederland een zeker aandeel in de koloniale aangelegenheden wordt gegund.

Spr. is van meening dat de thans in Indie bestaande organen van wetgeving — Gouverneur-Generaal, alleen geadviseerd door den Eaad van Indie — aan de eischen in de hierboven uitgedrukte stelling niet voldoen. Wie is de wetgever? De Gouverneur-Generaal, gesteund door den Eaad van Indie. De Eaad van Indie moet niet enkel door den GouverneurGeneraal worden gehoord, maar deze moet in overeenstemming handelen met den Eaad. Maar het staat den Gouverneur-Generaal vrij, de beslissing des Konings in te roepen, en in bijzondere gevallen zelfs tegen de meening van den Eaad te handelen.

In het algemeen kan de taak der wetgeving niet wel aan één persoon worden toevertrouwd. Spr. bedoelt hier alleen de wetgeving in haren vollen omvang: voor het bestuur in Indie rekent hij een eenhoofdig gezag bij uitnemendheid geschikt. John Stuart Mill heeft uitgesproken dat de beste weldaad, dien men aan eene kolonie kan bewijzen, deze is, om de besten van de zonen van het moederland derwaarts te zenden, en, voegt Spr. er bij, den allerbeste, om daar bestuur te voeren. Ja, als wij steeds den allerbeste konden krijgen, als wij de zekerheid hadden dat de allerbeste van Nederland's zonen altijd gezonden zou worden, zou ook aan deze misschien de geheele wetgeving kunnen worden toevertrouwd !

Maar toch zou er zelfs dan nog groot bezwaar zijn. Voor een Nederlandsch Staatsman, die Indie niet kent, die Indie nooit door eigen aanschouwing heeft leeren doorgronden, is de taak, die hij op zich neemt, een bij uitstek moeilijke; hij is wel genoodzaakt door de oogen van anderen te zien,

i. 8