is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

nemer tegenover zijn geldschieter soms hemelsbreed uiteenloopt.

„Wat bovendien van meer dan één kant zeer ernstige bestrijding vond, was de bewering, dat in de laatste jaren voor vernieuwing en zelfs voor het onderhoud van gebouwen en machineriën weinig of niets is uitgegeven, en men zich over het algemeen tot de strikt noodzakelijke reparatiën heeft bepaald. Men heeft mij verzocht deze bewering met den meesten nadruk tegen te spreken, en aan dit verzoek kan ik met te meer gerustheid voldoen, omdat eene van de hier gevestigde crediet-instellingen mij het bewijs heeft geleverd, dat van harentwege niets verzuimd is om de 27 met haar in relatie staande fabrieken zoo volmaakt mogelijk te installeeren, en zij zich nimmer heeft laten afschrikken van het beschikbaar stellen van gelden voor het aanschaffen van werktuigen, van de toepassing waarvan eene verhoogde suikeropbrengst, gepaard aan eene vermindering van productie-kosten, kon verwacht worden. En dat aan dergelijke verbeteringen zelfs dadelijk na de crisis van 1884 niet veel minder kan zijn ten koste gelegd dan in vroegere jaren, bewijzen ook de cijfers van de officieele handelstatistiek, want volgens deze heeft de waarde van de op Java ingevoerde fabriek- en stoomwerktuigen (waarbij de werktuigen voor de suikerindustrie natuurlijk de hoofdrol spelen) in de laatste 10 jaren (nml. tot en met 1886, want van de jaren 1887 en 1888 zijn de cijfers ongelukkigerwijze nog niet bekend) bedragen:

1877 ƒ 1.837,602 1882 f 3,338,950

1878 „2,118,496 1883 „ 5,521,377

1879 „ 2,381,943 1884 „ 5,677,745

1880 „ 2,870,456 1885 „ 2,876,179

1881 „ 2,579,464 1886 „ 2,607,606

„ Op zich zelf getuigen deze cijfers van achteruitgang in de twee laatste jaren; maar neemt men in aanmerking dat in de jaren 1878 tot en met 1884 tal van nieuwe fabrieken verrezen zijn — in de jaren 1882 tot en met 1884 alleen niet minder dan een achttiental — terwijl in de jaren nèi 1884 van de oprichting van nieuwe fabrieken geen sprake meer was, dan ligt de