is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

voorschriften omtrent werkwijze e. d. gebonden. En het laatste Koloniale Verslag deelt mede, dat ook in 1887 weder eenige m a n t r i's (opzichters) belast werden met de leiding van den aanleg van vrijwillige aanplantingen in het noordelijk gedeelte van Tengger (Pasoeroean).

Tot eene eerlijke proefneming met de vrijwillige cultuur is het nooit gekomen *) — al mogen de Koloniale Verslagen nog zoo hoog gaan over het aantal gezinnen, van gedwongen bijplant — wegens voldoenden „vrijwilligen" aanplant — vrijgesteld.

Hoe onbillijk de maatstaf is, volgens welken de planters van gedwongen aanplant worden vrijgesteld, blijkt uit de tegenwoordig ten dezen opzichte van kracht zijnde bepalingen. 3)

De eenige maatstaf tot vrijstelling van gedwongen bijplant blijft de gemiddelde hoeveelheid der in de drie laatste jaren geleverde koffie: en om de levering van de als minimum bepaalde hoeveelheid koffie te handhaven, geldt die vrijstelling telkens slechts voor een jaar. Er is, naar het oordeel der Commissie, groote onbillijkheid gelegen in het afhankelijk maken van de vrijstelling van het product. Hierbij toch is geen rekening gehouden met den ijver der planters, die toch ook wel als maatstaf in aanmerking kon komen; er is geen rekening gehouden met de weersgesteldheid, met de ziekten en plagen, welke, al was de ijver der planters ook nog zoo groot, onberekenbaren invloed op de productie kunnen uitoefenen. De Commissie gelooft dat dergelijke bepaling het vertrouwen van den planter evenmin opwekken als zijn initiatief steunen kan. De last tot bijplanting, die den cultuurplichtige altijd boven 't hoofd blijft

1) Het is der Commissie gebleken, dat in een gedeelte der afdeeling Malang (Pasoeroean) de „vrijwillige" aanplant heden ten dagen even goed in gedwongen arbeid geschiedt als de „op hoog gezag aangelegde." Hier mag men veilig zeggen „ab uno disce om nes."

2) „Gids" bovengenoemde, bldz. 37.