is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

invoering der thee-cultuur, die thans het voornaamste exportartikel van Ceylon oplevert. Kweekbeddingen van planten uit China en Assam werden aangelegd, en in 1873 en 1874 nam de uitdeeling der heesters een aanvang. De koffiecultuur was destijds in verval, en de uitvoer daalde van 885.000 centenaars in 1870 tot 168.000 centenaars in 1887.

De thee heeft thans algemeen de koffie vervangen. In 1877 waren slechts 4.700 acres met thee beplant, en de uitvoer was 3.515 pond; in 1887 was de beplante oppervlakte 183.000 acres, en bereikte de uitvoer 22 millioen pond.

Gedurende vijftig jaren is de bebouwde oppervlakte van Ceylon vermeerderd met 350.000 acres. Deze vermeerdering is voor een deel te danken aan de pogingen van Sir Henry Ward en zijne opvolgers in het bestuur van Ceylon om het irrigatie-stelsel van het eiland te herstellen, dat de inlandsche regenten met merkwaardig overleg hadden tot stand gebracht, en dat het Britsch gouvernement ergerlijk had verwaarloosd gedurende de eerste zestig jaren van zijn bestuur. Maar de vooruitgang is voornamelijk te wijten aan de ontwikkeling der landbouwnijverheid in de berglanden van Ceylon door middel van Britsch kapitaal en onder directie van Engelsche planters met de hulp van landbouwers die vrijwillig uit hun geboorteland in Zuid-Indie kwamen om te werken op de thee- en koffieondernemingen op Ceylon. Het getal dezer ondernemingen is ongeveer 1500 tegen 50 in 1838.

Om met de woorden te spreken van den tegenwoordigen gouverneur Sir A. Gordon: „het is eene ontwikkeling die de physische gesteldheid van het land gewijzigd en zijn socialen toestand geheel veranderd heeft, en die. te danken is aan de veerkracht en volharding van mannen, die getoond hebben dat zij tegenspoed gelaten kunnen dragen evenals zij gehard waren tegen de verleidingen van den voorspoed."