is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

„honger hebben, iedere vrouw die niet spint zal koude „lijden.

„Het is aldus beschikt, dat voedsel en kleeding door den „grond voortgebracht, door de seizoenen gerijpt en door den „arbeid ingeoogst worden; door de minste nalatigheid in „het verrichten van de noodzakelijkste bezigheden geeft gij „u vrijwillig aan de ellende ten prooi.

„De meeste provinciën zijn niet geschikt voor den aanplant van den moerbezienboom en de zijdeteelt; men plant „er hennep of katoen, om te spinnen of te vlechten; de „kleedingstukken welke aldus verkregen worden zijn wel is „waar niet dezelfde, doch deze bezigheden komen desniettemin overeen met de cultuur van den moerbezienboom. „Moogt gij, o mijn volk! u met alle kracht toeleggen op „den akkerbouw en de zijdeteelt! Laat u niet afschrikken „door een toevallig onvruchtbaar jaargetijde, en laat niet „lichtvaardig uwe velden en tuinen braak liggen. Begeer „niet de buitengewone verdiensten en overdreven winsten „van den handel om dientengevolge de bezigheden te laten „varen, waaraan gij u steeds bij overlevering gewijd hebt.

„En wat u aangaat, soldaten, herinnert u dat de soldij „die gij maandelijks en uw rantsoen, dat voortkomt uit de „openbare voorraadschuren, beiden van het volk genomen „worden. Green draad van uwe kleeding, geen korrel van „uw rijst, die niet de opbrengst zijn van den landbouw en „de zijdeteelt. Het is dus uw plicht het volk te beschermen, „opdat het zijne krachten kunne wijden aan de cultuur van „den grond en van den moerbezienboom.

„En gij, stedelijke en militaire beambten, wacht u er wel „voor over den tijd van het volk te beschikken of zijne „zaken te dwarsboomen. Laat de boer zijn ploeg niet verbaten.

„En wat betreft de opbrengst van de bergen en de moerassen, van de boomgaarden en groentetuinen, zoowel als „het fokken van kippen en varkens; men ga ook daarmede