is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Battaksche kampong,

De heer Frits Gransberg, uit Deli, op Sumatra's Oostkust, gaf onlangs aan het Museum voor land- en volkenkunde, in het voormalige Jachtclubgebouw op de "Willemskade te Rotterdam, een hoogst merkwaardig geschenk, dat men, zooverre mij bekend, nog in geen ander etnographisch museum zal aantreffen. Het is namelijk een geheele Battaksche kampong in miniatuur, met huizen, stallen, voorraadschuren, „baleih's" of „soppo's" (vergaderhuizen) enz. enz., alles omgeven door eene schutting of palisadeering, en geheel volgens de werkelijkheid, in evenredige afmetingen van ongeveer J/ss, door Battaks vervaardigd.

Zooals men weet, zijn de Battaks inboorlingen van Sumatra, die de zoogenaamde „Onafhankelijke Battak-landen" bewonen, tusschen Atjeh, in het Noordwesten, en onze residentie Tapanoeli (boven of links van Padang en de Padangsche Bovenlanden) in het Zuidoosten, terwijl aan weerszijden, langs de kust, het Battak-land van de zee is afgesloten door het gebied van de strandbewoners, meestal kleine inlandsche, Maleische vorstendommen of staten, die, meer of minder onder Nederlandsche controle of opperbestuur, door sultans of andere inlandsche grootheden worden geregeerd.

De Battaks echter zijn onafhankelijk en regeeren zich zelf. Alleen hier en daar op de grenzen van hun terrein,