is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338

hedendaagsche onrust in Europa [is] eene wijziging van den koffijprijs op Java onraadzaam" te achten.

Het voorstel van den Directeur was dus, om de „betaling van het koffijproduct op Java, althans vooralsnog, te laten blijven op den bestaanden voet."

De Raad van Nederlandsch Indië, over dit rapport gehoord, deelde volstrekt niet de meening van den Directeur der kultures. Naar zijne opvatting moest onverwijld worden overgegaan tot eene regeling van den inkoopsprijs, naar de beginselen in art. 56 § 4 van het Regeeringsreglement neergelegd ]).

Billijkheid moest worden betracht — en juist met het oog op den „onzekeren uitslag der staatkundige gebeurtenissen in Europa" zou eene prijs verhooging de bevolking en de Vorsten „door vervulling van de pligfc van regtvaardigheid" hechter aan het Nederlandsch gezag verbinden.

Doch ook eigenbelang moest, naar 's Raads gevoelen, leiden tot prijsverhooging. „Immers nu er zoo groot verschil was tusschen den marktprijs en hetgeen de bevolking ontving, werd „eene groote premie voor sluikerijen aangeboden." Ook was het „van niet weinig belang te achten, dat thans nu schaarsheid aan goede gronden, geschikt voor de koffijteelt, zich doet gevoelen en zich al meer en meer doet vrezen, de bevolking er toe geleid worde om kleine aanplantingen zooveel mogelijk productief te maken, ter bereiking van welk doel er geen geschikter middel voor de hand ligt dan de verhoogde betaling, een prikkel die voor het eigenbelang stellig het meeste vermag ...."

De Gouverneur-Generaal kon met het „advijs" van den Raad niet meegaan. Dit bracht hem er intusschen toe het

1) De Gouverneur-Generaal had van dit artikel niet gesproken: evenmin de Inspecteur der kultures. De Raad van Indië vestigt er voor het eerst de aandacht op.