is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

461

orde gevaarlijke opiumsmokkelaars waren te beschouwen. Twee (vader en zoon) woonden te Joana, één te Soerabaja.

Drukpersdelicten. De schrijver van eenige artikelen in de Locomotief van 1886 werd, omdat hij niet voor een raad van justitie verscheen, wederspannig aan de wet verklaard. Overigens werden in 1888 drie veroordeelingen (respectievelijk tot f50 boete, f200 boete en 8 dagen dwangarbeid) uitgesproken ter zake van laster en smaad in gedrukte geschriften, in één geval gepleegd jegens een openbaar ambtenaar.

Bij het einde van 1888 waren nog 10 vervolgingen wegens drukpersdelicten aanhangig.

Notarissen. Eén candidaat, die in 1880 het diploma had behaald, kreeg in 1888 eene aanstelling als notaris. Eene andere vacature werd vervuld door de benoeming van een in 1868 ontslagen notaris, die sedert in Nederland had vertoefd.

Onlangs is aan den gouverneur-generaal verzocht, te willen doen nagaan of in de regeling van de standplaatsen der notarissen niet, tengevolge van veranderde plaatselijke toestanden, eenige wijziging noodig is, zoodanig dat op enkele plaatsen, waar er nog geen is, een notaris worde benoemd, terwijl andere waar het notariaat geen voldoend middel van bestaan meer oplevert, niet langer als standplaatsen van notarissen blijven aangewezen.

P r a c t i z ij n s. Aan den substituut-griffier bij den raad van justitie te Makassar werd, met het oog op het aldaar bestaande gebrek aan rechtsgeleerde praktizijns, tijdelijk de waarneming der functiën van advocaat en procureur bij die rechtbank opgedragen, met bepaling, dat die opdracht zou vervallen, zoodra drie of meer praktizijns bij genoemd college zouden zijn aangesteld.

Een niet gegradueerd procureur bij het hooggerechtshof werd bij genoemden raad van justitie toegelaten.

Wees- en boedelkamers. Van de door die kamers