is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 21, 1892 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

landschappen in de Buitenbezittingen, voor zooveel aangaat de daar gevestigde, niet tot de inheemsche bevolking dier staatjes behoorende personen. De talrijke bezwaren, aan zoodanigen maatregel verbonden, en het geringe geldelijke voordeel daarvan voor de schatkist te verwachten, hebben evenwel van de verwezenlijking van het denkbeeld doen afzien.

Terwijl voor de gouvernementslanden de regel geldt dat alleen in Nederland of in Nederlandsch-Indië gevestigde personen en vennootschappen erfpachters kunnen zijn, werden in de inlandsche staten ter Oostkust van Sumatra ook elders gevestigde personen en vennootschappen tot het sluiten van landbouwcontracten toegelaten. Ten vorigen jare is de Indische Regeering met het opperbestuur in overleg getreden nopens de vraag of dit laatste wel kon blijven geschiedden. Door den Minister is daarop de Indische Regeering uitgenoodigd te overwegen of de handhaving der voor de gouvernementslanden gestelde regel (zoo voor landbouwals voor mijnconcessiën) noodig is te achten. Ter Oostkust van Sumatra zijn tot dusver uit de contracten, aangegaan met buiten Nederland of Nederlandsch-Indië gevestigde personen en vennootschappen, geen moeilijkheden voortgesproten, daar die contractanten zich steeds behoorlijk hebben doen vertegenwoordigen. Sinds eenigen tijd wordt door het gewestelijke bestuur de gewoonte gevolgd om wanneer ten behoeve van in den vreemde gevestigde ondernemers goedkeuring op nieuwe contracten of op overdracht van contracten wordt gevraagd, deze niet te verleenen voordat eene waarborgsom is gedeponeerd bij het ter Sumatra's Oostkust bestaande agentschap der Nederlandsche Handelmaatschappij, op welke som het bestuur verhaal heeft ingeval de onderneming onverwachts gesloten mocht worden, zonder dat de werklieden worden betaald.

Op het einde van 1890 waren door den Sultan van Sambas reeds 42 landbouwconcessiën uitgegeven.