is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 21, 1892 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

stellen dat langs dezen weg het gebruik van opium geheel zal verdwijnen en die daarop zoo vertrouwen, dat zij zelfs het cijfer van 30 jaren, den leeftijd van een menschengeslacht, noemen, maar er kan geen bezwaar bestaan, ons dit als ideaal voor te houden en daarnaar in de mate onzer krachten te streven.

Bij alle maatregelen van dezen aard, evenals bij alle andere die eene het gebruik van opium beperkende strekking hebben, moet men echter zorgvuldig te rade gaan met de middelen, die ons ter handhaving dier maatregelen ten dienste staan; wordt daarmede geen rekening gehouden, dan loopt men telkens gevaar de werkelijke belangen der goede zaak in gevaar te brengen.

Het komt mij geheel overbodig voor reeds nu eene raming der financieele uitkomsten van de régie te beproeven. De voornaamste uitgaven zullen zijn die voor de opium-politie, voor het personeel bij den verkoop en voor de aanschaffing van opium. De kosten der inrichting van de fabriek voor de bereiding en het atelier voor de verpakking zullen in vergelijking tot die andere posten slechts gering wezen, gelijk het voorbeeld van Cochinchina en de door mij nader gegeven toelichtingen overtuigend aantoonen.

Loopt de zaak zooals ik ze mij voorstel, dan zal de régie aanvankelijk meer voordeel afwerpen dan het pachtstelsel, maar dat voordeel zal geleidelijk verminderen, naar mate de régie slaagt in haar streven om het verbruik te beperken.

Ik kan mij niet ophouden bij de gemoedsbezwaren van hen, die zich vermoedelijk zouden verontrusten, als de Regeering de directe verstrekking van het heulsap aan de gebruikers op de door mij voorgestelde wijze in handen ging nemen; wie om zulke redenen de pacht en hare fictief gunstige uitkomsten mocht blijven verkiezen, maakt zich slechts schuldig aan zelfbedrog en dat moet bij de door mij beoogde régie geheel zijn uitgesloten. De régie moet integen-