Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47e Jaargang

23 September 1932

Nummer 39

DE INGENIEUR

WEEKBLAD GEWIJD AAN DE TECHNIEK EN DE ECONOMIE VAN OPENBARE WERKEN EN NIJVERHEID Orgaan van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs en van de Vereeniging van Delftsche Ingenieurs

Het Kon. Inst. v. Ingenieurs en de Ver. v. Delftsche Ing. stellen zich niet verantwoordelijk voor de denkbeelden in de onderscheiden bijdragen ontwikkeld en toegelicht.

Commissie van Toezicht: dr. ir. G. W. VAN HEUKELOM, hoofding., chef van den dienst van Weg en Werken bij de Ned. Spoorw. te Utrecht, voorzitter; jhr. ir. C. E. W. VAN PANHUYS, directeur van het Rijksbureau voor de ontwatering te 's-Gravenhage ; prof. C. FELDMANN, hoogleeraar in de Electrotechniek aan de Technische Hoogeschool te Delft.

Redactie:

Verantwoordelijk hoofdredacteur : ir. WOUTER COOL ; Plaatsvervangend hoofdredacteur: ir. H. SANGSTER. — Vaste medewerker in Ned. Indië: prof. ir. C. G. J. VREEDENBURGH te Bandoeng. Redactie.Adres: Prinsessegracht 23, 'S ■ G R AV E N H A G E, Tel. 1 1 7692

Prijs per jaarg. franco per post: Voor Nederland en West-Indië / 20.—, voor Ned. Oost-lndië en het Buitenl. / 22.50. Men abonneert zich voor een jaarg. (Uan.—31 Dec).

Afzonderlijke nummers : Binnenland f 0.50, Buitenland / 0.55. — Advertentxn per regel / 0.50, boven 500 regels reductie volgens speciaal tarief. Voor administratie, abonnementen en advertentiën : N.V. A. OOSTHOEK'S Uitgevers Maatij, Domstraat 1—3, UTRECHT. Telefoon 10860, Giro No. 35973.

A. ALGEMEEN GEDEELTE 39.

INHOUD: Agenda van Vergaderingen. — Generaal b. d. C. .1. Snijdees 80 jaar, door M. Raaymaakers. — Uit ons Parlement: Amsterdam—Rijnkanaal; Klinkerwegen. — Ingezonden stukken: Economie van gas- en electriciteitsbedrijveri door P. Hi.ioei.aab. Met naschrift van Dip!. Ing. F. M. H. j. H. Erens. — Berichten van allerlei aard: Internationale Commissie voor de geschillen tusschen-Polen en Danzig. — Officieele berichten: Nederland; Ncderlandsch Oost-lndië. — Personalia. — Programma van Vergaderingen: Kon. Instituut van Ingenieurs: Aanvulling van het programma voor de hoofdvergadering op 26, 29 en 30 September 1932. — Nederlandsche technisch-wetenschappelijke literatuur Juli 1932. — Restauratie van de Nieuwe Kerk te Delft, door prof. dr. H. B. Dorgelo. — Open betrekkingen. — Gezochte betrekkingen.

AGENDA VAN VERGADERINGEN.

26, 29 en 30 September 1932. Hoofdvergadering van 14 October 1932. Vergadering van de Afdeeling voor het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (Blz. A. 302, Electrotcchniek en Technische Natuurkunde te AmA. 310 en A. 330. sterdam.

Generaal b.d. C. J. SNIJDERS 80 jaar. Eerelid van het Kon. Instituut van Ingenieurs.

Den 29sten September 1852 werd Cornehs Jacobus Snijders geboren te Nieuwe-Tonge, alwaar zijn vader toenmaals geneesheer was. Hij was de vierde van een zevental zoons, die allen tot mannen van beteekenis in de maatschappij zijn opgegroeid.

Doordat de vader zich achtereenvolgens in verschillende landelijke gemeenten vestigde, — laatstelijk te 's-Gravezande — alwaar voor de zoons niet de gelegenheid bestond het noodige onderwijs te ontvangen, moesten deze reeds op jeugdigen leeftijd het ouderlijk huis verlaten. Zoo werd Cornei.is Jacobus op zijn twaalfde jaar opgenomen in het gezin van een familielid te Middelburg. Aldaar volgde hij de H.B.S. en toonde zich, door zijn reeds toenmaals aan-den-dag-tredend helder verstand, gepaard met grooten ijver, een der beste leerlingen van zijn klasse.

In 1869, nog geen 17 jaren oud, deed hij eind-examen, en werd hij cadet, met bestemming voor het Wapen der Genie hier te lande, aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda, en op 26 Juli 1872 benoemd, als n°. 1 van zijn promotie, tot tweede-luitenant bij het toenmalige Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs. Hij werd toen te Utrecht geplaatst.

Nog geen jaar later werd hij voor den tijd van twee jaren gedetacheerd bij het Leger in Nederlandsch-Indië, werwaarts hij op 4 Juli 1873 vertrok. Aldaar nam hij deel aan de krijgsverrichtingen tegen Atjeh, bij welke zijn

moedig gedrag van dien aard was, dat hij, bij Koninklijk Besluit van 12 November 1875, n°. 18, werd benoemd tot Ridder 4e klasse deiMilitaire Willemsorde

als hebbende zich onderscheiden bij de Krijgsverrichtingen der 2e expeditie tegen het Rijk Atjeh, en wel in liet bijzonder gedurende het tijdvak tusschen medio Augustus 1874 en ultimo Februari 1875.

Tevens werden hem nader toegekend de Atjeh-medaille 1873/ 1874(Kraton-medaille) en het Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven Atjeh 1873/1874.

Op 21 October 1875 hier te lande teruggekeerd, na op 18 April van dat jaar tot eerste-luitenant te zijn bevorderd, werd hij weder ingedeeld bij het toenmalige Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs en geplaatst te Utrecht, waarna hij op 1 September 1876 werd werkzaam gesteld bij de Koninklijke Militaire Academie.

Hier verbleef hij tot 1 September 1880, toen hem Dordrecht als standplaats werd aangewezen. Aldaar had hij een belangrijk aandeel in de werkzaamheden inzake de voorbereiding van den bouw en de inrichting van de kustforten de Harssens, bij IJmuiden en bij den Hoek van Holland. Van 1882 tot 1886 werd hij gedetacheerd te Maagdenburg om, bij de Gruson-Werke aldaar, toezicht te houden op de vervaardiging en de aflevering van het pantsermaterieel, bestemd voor die forten, in welk tijdvak hij bovendien werd aangewezen tot het bijwonen van schietproeven in Italië en Roemenië. Intusschen was hij

Sluiten