Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5le JAARGANG NtJMMER 31

DE INGENIEUR

31 JULI 1936

JK. 91

E. ELECTROTECHNIEK 10.

fTT\. _1. • 1 1 "Jï 1_' _ J r< II T!l„„l " U„ „I- i; „ l4-~~ 4- m «~ <-1~™ 1„ T^TT

^ossropp. — Garantieproeven van twee 28000 kVA turbogeneratoren in de Centrale van Staatsmijn Maurits, door dr. ir. ' ^V. van Beeckel. — Korte technische berichten: De kwikstraalgelijkrichter. De hoogste kabelspanning ter wereld, in gebruik bij de electriciteitsvoorziening van Parijs.

De electrische muziekschrijfmachine.

Voordracht, gehouden voor de Afdeeling voor Electrotechniek en Technische Natuurkunde van het Kon. Instituut van Ingenieurs op 28 Februari 1936 te Slikkerveer

door

C. POT.

electrische muziekschrijfmachine werd door spr. uit^acht voor het door hem opgerichte Instituut „Klavar"*ibo" te Slikkerveer, hetwelk zich uitsluitend bezig houdt et de verbreiding van het, mede door hem ontworpen, ^iekschrift „Klavarskribo", dat door zijn eenvoud geurende de laatste jaren in ons land reeds zulk een uitgereide toepassing vindt. ^ Ofschoon de muziekschrijfmachine, gebouwd bij de ^lectrotechnische Industrie v/h W. Smit & Co. te Slikker^ er> eigenlijk een uitvloeisel is van het nieuwe schrift, eeft deze toch wederkeerig niet nagelaten, daarop zijn •^pel te drukken, zooals uit het volgende blijken zal. lot goed inzicht daarom een korte uiteenzetting van de {! loipes, die aan het nieuwe muziekschrift ten grondslag "8gen.

^ ^an al onze muziekinstrumenten bezitten hoofdzakelijk e alom verbreide klavier-instrumenten een volledige "aal van de voor ons muzikaal gehoor van belang ,J?de ca. 88 tonen.

On r door toeval dan met opzet, zijn deze gegroepeerd rjj een bijzondere manier, die zich octaafsgewijs repeteert. VoSchoon de onderlinge verhouding der opvolgende tonen t °r alle precies gelijk is („gelijkzwevende" stemming), "en we telkens groepjes aan van twee of drie zwarten, heeft geen enkele reëele beteekenis en is uitsluitend ie §evolg daarvan, dat men oorspronkelijk meende aan <j Witte toetsen, die de majeur-toonladder van c (c.q. jj^^nineur-toonladder van a) weergaven, genoeg te

. *oen later bleek, dat deze grondslag niet die fundamena 'e beteekenis had, die men vermoedde, n.1. toen men ^ctere tonen als uitgangspunt koos (zgn. moduleerde), ^eek de noodzakelijkheid op sommige plaatsen nog een tj0tl tusschen te voegen, teneinde een gelijke distanej?er'ng der tonen te verkrijgen, welke modulatie vanuit ,jj etl toon zou mogelijk maken. Het octaaf (1—2 verhou(\y^ Werd daarbij in 12 gelijke verhoudingen verdeeld. gej^RKMEisTER—Bach). Daar de toetsafstand eveneens a '^k 's blijkt hieruit, dat onze klaviatuur dus verwant is \ ^en logarithmische schaal, waar immers gelijke verdingen in gelijke afstanden tot uitdrukking komen. °rij 'S een twaalf-deelig octaaf ruimschoots voldoende 'fit °nS muzikaal gevoel te bevredigen, dan wil hiermede j^lsschen nog geenszins gezegd zijn, dat dit octaaf otls°°k de HELMHOLT'sche reine stemming als basis van W Muzikaal gehoor precies dekt! — Hiervoor mag ver,sjj'eri Worden naar een door spreker uitgegeven brochure: toJ^ kruisen en mollen dogma", waarin ook de eerste tlw • S'nS van ^en logarithmischen rekenstok op de toon-

Ie uitvoerig wordt beschreven, in e,lzelfde ontwikkeling als bij de klaviatuur vinden we

q 8 gebruikelijke muziekschrift. c.^^Pronkelijk gebaseerd op de natuurtonen van onze «ajj^ür-toonladder, bleken later de tusschentonen nood-

'jk en heeft men zich beholpen met kruisen en mollen

bij gebrek aan plaats op den balk om óók daar, evenals bij de klaviatuur, 5 tonen tusschen te voegen.

Ofschoon in het aantal gebruikte kruisen of mollen een vage aanduiding gevonden kan worden omtrent uitgangstoon, enz., of ten opzichte van de majeur-toonladder van c, is het toch geheel misplaatst daaraan eenige beteekenis omtrent theoretisch juiste toonhoogte toe te kennen, wat toch veelal ten onrechte geschiedt. Daarvoor zou een veel grootere differentiatie noodig zijn dan alleen met kruisen en mollen mogelijk is.

Zoo is er dus formeel geen enkele reden in ons toonschrift kruisen en mollen, sleutels, etc, op te nemen, en zouden we daar, evenals op de klaviatuur, met een twaalfdeelig octaaf kunnen volstaan.

Wat ligt er meer voor de hand, dan dat wij bij het ontwerpen van een eenvoudiger en duidelijker schrift den grondslag van het klaviatuurbeeld — welks toevallige onregelmatigheid we overigens dankbaar aanvaarden, omdat zonder deze, oriëntatie tusschen 88 regelmatig naast elkaar liggende toetsen wel zeer moeilijk zou zijn — overnemen en zoo nauw mogelijk op den voet volgen. Stellen ook niet juist onze meertonige klavierinstrumenten de allerhoogste eischen aan het noten lezen!

Bovendien vinden we het klaviatuur arrangement (twee rijen waarvan de bovenste in groepjes van 2 en 3) bij bijna alle veeltonige instrumenten zooals klokkenspel, xylofoon, metallofoon enz. toegepast. Als liniatuur werd daarom gekozen lijnen, overeenkomende met de zwarte toetsen (de bakens in de „zee" van tonen) in groepen van 2 en 3, die als het ware een doorloopende afbeelding van de klaviatuurop-den-achtergrond vormen. Daarop worden zwarte noten geplaatst voor de zwarte toetsen; daarnaast open noten voor de betreffende witte toetsen (beter gezegd tonen, die correspondeeren met die toetsen). Nu elke toets zijn eigen teeken heeft, dringt zich vanzelf de gedachte aan een schrijfmachine op, die het daadwerkelijk gespeelde vastlegt.

Acht-en-tachtig stempeltjes, electromagnetisch bewogen door contacten onder de toetsen (of zoo veel als praktisch gewenscht zijn), worden via een inktlint tegen een met regelmatige snelheid voortbewogen papierstrook geworpen. Let wel geworpen, opdat zij de strook niet vastklemmen en de voortbeweging beletten. Dit heeft tevens het voordeel, dat alleen het juiste aanslagtijdstip wordt geschreven. Normaal schrijft de machine niet den duur, welke bovendien van secundair belang is. Wenscht men eveneens den duur te schrijven, dan is dit zeer eenvoudig mogelijk, door van een intermitteerenden gelijkstroom gebruik te maken, waardoor de stempelnaald herhaaldelijk wordt opgeworpen en de noot een staart krijgt overeenkomstig den duur.

Dit maakt echter het schrift onduidelijker; derhalve is aan een eenvoudiger systeem de voorkeur gegeven, waarbij als regel geldt, dat elke noot duurt tot de volgende, tenzij een zgn. doorklinkstip ter plaatse, waar ze volgens den regel

Sluiten