Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR ONZE JEUGD.

Maar 't was te laat om hierover te gaan treuren, en hij keek rond om een schuilplaats te zoeken. Zich zoo goed mogelijk beveiligend tusschen twee omgevallen boomen, zette hij een pijl op zijn boog en wachtte zijn vervolgers af. Toen het langzamerhand geheel duister werd, herleefde zijn hoop. Hij begreep, dat hij ten einde gevangenschap of dood te ontkomen, zijn schuilhoek moest, verlaten en naar de rivier teruggaan. Luchtvogel wilde juist een poging wagen, toen hij verdachte geluiden hoorde, die hem deden aarzelen. Hij hoorde achter zich 't geroep van een uil, en rechts van hem een antwoord. Toen hoorde hij dicht bij zich een twijgje breken, en de Irokees wist, dat zijn vervolgers naderden.

Luchtvogel kroop tusschen de boomen door, en sloop weg in de richting der rivier. Hij ging te werk met de behoedzaamheid van een. lynx, want hij wist, dat het minste geritsel hem zou verraden. Het rauwe geblaf van een vos klonk recht tegenover hem en hij bleef staan. Hij wachtte tot hij den zoeker voldoende tijd gegeven had om voorbij te gaan, toen veranderde hij van richting en vervolgde zijn gevaarlijken terugtocht. Hij liep echter niet lang, want op eens vernam hij 't geluid van fluisterende stemmen. Hij verborg zich achter een boom en luisterde. De sprekers naderden. Luchtvogel hield den adem in, toen drie gestalten op boogslengte langs hem heen gingen. Toen zij voorbij waren, overviel hem een groote zwakte en hij begon geweldig te beven.

Hij wist, dat hij een zekeren dood ontsnapt was en daar hij voor den eersten keer op 't oorlogspad was, maakte deze gedachte hem zenuwachtig. Maar spoedig verdreef hij de vrees uit Zljn hart en vervolgde zijn weg.

De jonge Irokees bereikte eindelijk veilig het einde van het moeras en verheugd over zijn succes keerde hij zich om en schudde zijn boog tegen de °P het dwaalspoor geleide. vijanden. Maar zijn triomf zou van korten duur zijn, want op 't zelfde oogenblik weerklonk de oorlogskreet der Chippewa's door den nacht en Luchtvogel werd ter aarde geworpen. Hij bevond zich in de handen van een reus en hij worstelde te vergeefs. Krachtige vingers sloten zich om zijn hals, en wetend, dat verdere wederstand hem 't leven zou kosten, gaf de jonge Irokees zich over.

(Wordt vervolgd/.

Stofdoek. ^^2J^^^^2^^^

Brei- en haakwerk.

De benoodigdheden hiertoe zijn: middelmatig grof, vierdraads wit en rood breikatoen, benevens fijne houten breinaalden.

De van zacht wit of ongebleekt katoen, in heen- en teruggaande toeren met fijne houten naalden steeds rechts te

breien, 53 cM. lange en 35 cM. breede stofdoek, waarvan de versiering in den gebreiden grond uit eene rij gaatjes en aan den buitenrand uit een genaakten rooden toer bestaat, vereischt een opzettoer van 102 steken. (De eerste steek van eiken toer wordt ongebreid afgenomen.) Met het begin van den 9den toer breit men eerst 6 steken glad rechts, dan volgt voor de rij gaatjes aan den ondersten dwarsrand in voortdurende herhaling: omsl., r. mind., tot op de 0 laatste steken na, die als bij den aanvang van den

toer glad rechts af te breien zijn. In den volgenden toer worden de omgeslagen draden als steken afgebreid. Do nu volgende 222 toeren zijn eene voordurende afwisseling van 2 toeren glad rechts en 1 toer waarin voor de gaatjes aan de beide lange zijden (telkens 6 st. van don buitenrand verwijderd) aan de beide kanten eens omgeslagen en geminderd wordt. Om de gaatjes in overeenstemming met die aan de dwarszijden goed rond te vormen, legt men den omgeslagen draad afwisselend bij de eene rij gaatjes vóór-, bij de andere rij gaatjes na het minderen om de naald. Met eene rij gaatjes voor den bovensten dwarsrand en 8 gladde toeren daarboven is het breiwerk voltooid. Tot het naar ons model in een hoek met rood garen in kruissteken te vervaardigen naamcijfer, wordt de vereischte oppervlakte (14 cM. hoog en 43 cM. breed) 3—4 steken van de rij gaatjes af glad rechts uitgevoerd. Bij verkiezing kan men het naamcijfer cr met averegtsche steken tegelijk inbreijen. Als versierende afsluiting wordt de stofdoek met oen in rood garen uit te voeren haaktoer omgeven, waarin voortdurend 4 v. st. en een picot van 5 1. st. en 1 v. st. in den lstcn 1. st. terug afwisselen.

149

Sluiten