is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1873, 01-09-1873

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BoeMeoordeeïingén.

men is niets dan eene „parade" op de planken vóór de kermistent, een hansworsten spel, waar enkele lieden het ;,tire la ficelle, ma femme!" gebieden. Bij eene eventueels invoering van den leerplicht zou men er, 'k houd er mij van overtuigd, evenveel van vernemen als nu onlangs bij de invoering der vaccine op de scholen: dat wil zeggsn niets!

Wat men wel, althans in 't begin, vernemen zou? „Nu moet mijn kind schoolgaan en vroeger verdiende het twee dubbeltjes daags," of zoo iets. De dubbeltjes! Maar alsdan de vader voortaan eens f 2 daags verdiende, waar hij het nu met ƒ 1,50 voor lief moet nemen, omdat zijn eigen kind concurrentie aan zijn werkkracht maakt, dan zou die wond spoedig geheeld zijn. En dat zou een natuurlijk gevolg van den leerplicht wezen, hier, even als overal waar zij is ingevoerd. Maar waarom moet dan ook juist in ons zoo rijk land de boerenarbeider (van de industrie-arbeiders spreek ik niet; hun aantal is betrekkelijk gering en zij hebben in den laatsten tijd geleerd hunne rechten te doen gelden) altoos arm blijven, nooit zooveel verdienen, dat hij zich eens naar boven kan werken, neen sterker, nooit zooveel, dat hij zijne kinderen kan voeden, zonder verplicht te zijn een aantal er van van der jeugd af te knakken? 't Moet ophouden, dat, zooals ik het in mijn district eiken zomer zie, een paar concurreerende wiedbazen van suikerbeten eene school van circa L50 leerlingen, op een dertigtal kleintjes beneden de acht jaren en op de kinderen der dorpsaristocratie na, gedurende maanden leeghalen; 't moet ophouden , dat op achtjarigen leeftijd bezigen van die arme sukkels tot den landbouw, waarbij men ze als slaven, met kromme ruggen, den geheelen dag door ziet arbeiden, blootgesteld aan kou en hitte, regen en zonneschijn; 't moet ophouden , dat boer en grondbezitter, die in tien jaren hunne kapitalen zagen verdubbelen, dat zwoegen en slaven