is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1873, 01-10-1873

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

Wel onderdrukt, bedorven, uitgedoofd kan worden , bewijst, dat de opvoeding wel een voedende , opwekkende, bezielende maar geen scheppende en dwingende kracht is.

Zij mag en kan de menschhcid niet tot een vereemgmg Van eenzelvige wezens vormen; maar het van buiten aangebrachte moet op- en aangenomen worden om eene eigen bewerking te ondergaan en alzoo tot krachtvol voedsel te strekken. Alle voortgang is zelfwerkzaamheid. Voor den opvoeder staat een bezield, met eigen wil begaafd wezen, dat zijn onderwijs wacht, maar het niet tot zich neemt, dan wanneer men daartoe hart en zin heeft weten te openen. Die opwekkende maakt haar dan tevens tot eene ontwikkelende kracht, tot een in en met den tijd voortwerkend vermogen, dat niet met een tooverslag de zelfstandigheid van den rijpen leeftijd kan doen verkrijgen en waarvoor het aanwenden van algemeeno tkeoriën met past.

Met kracht waarschuwende tegen de overijlde pogingen om de kinderlijke natuur te verkrachten , door haar m plaats van natuurlijk onnatuurlijk te leiden, teekent hx, welsprekend protest aan tegen die dwaasheid der laatste helft der

Wie is niet overtuigd, zoo sprak hij, dat het kind met eensklaps tot jongeling kan rijpen?

Wie9 _ wel dezulken, die de opvoeding tot een stoomkracht meenen te kunnen verheffen; zij, die haar, reeds in vroe»en, in daartoe ongeschikten ouderdom, vruchten willen afdwingen, slechts tot later ontwikkelingstijd be' hoerende. Zij.... kent ge zeniet? die reeds het jonge kind tot een denker willen vormen, wanneer het eerst kan en moet leeren lachen, loopen,zien en hooren. Zij, die het reeds willen doen handelen, wanneer het moet gehoorzamen. Zij, wien het om uiterlijk vertoon te doen zijnde, het beneden zich achten, bij bloote beginselen van kennis lang