is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1873, 01-11-1873

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1078

Schooinieuws.

Is het noodig , dat zoodanig examen over alle of bijna alle vakken van dat onderwijs loope ? Of zou het daarentegen niet veeleer wenschelijk zijn, dat door den schoolopziener eene keus gedaan werd van enkele hoofdvakken, ten einde zoo doende tijd te winnen, om de praktische geschiktheid der candidaten naauvvkeuriger te kunnen onderzoeken?

De vergadering was van oordeel, dat de tweede vraag ontkennend, de derde "daarentegen bevestigend behoort beantwoord te worden. Dit is trouwens steeds haar gevoelen geweest, waarvan zij meer bepaaldelijk heeft doen blijken in de notulen van liet bij haar in Junij 1867 behandelde.

Ingevolge verzoek van den onder-voorzitter deelde ieder inspecteur mede, hoe te dezer zake in zijne provincie wordt te werk gegaan. Uit al deze mededeelingen was op te merken , dat vrij algemeen worden opgevolgd de wenken, die hij in zijne bijeenkomsten met de schoolopzieners heeft gegeven en de strekking hadden, om bij dergelijke examens vooral op de paedagogische geschiktheid te letten , zonder daarom de mate der kennis van den candidaat uit het oog te verliezen ; doch ook, dat men ze hier en daar zoo heeft ingerigt en in het bijzonder zoodanige vragen ter beantwoording voorgesteld , die met het' doel der lagere school voor oogen en de kundigheden in aanmerking genomen, die bij den onderwijzer dier school op den veorgrond behooren te staan, minder gelukkig of, liever nog, niet oordeelkundig gekozen waren, naar aanleiding waarvan die examens geacht moeten worden meer te hebben geleid om de mate van kennis dan de zoo hoogst noodige paedagogisiche geschiktheid van de candidaten te doen uitkomen.

De vergadering bleef dan ook van oordeel, dat tegen dit laatste zoo veel slechts doenlijk moet gewaakt worden, waarvoor zij echter geen beter middel wist aan te geven, dan om bij elke gepaste gelegenheid de wijze waarop de vergelijkende examens behooren te worden afgenomen, te bespreken.

9°. Onderwijs in de beginselen der landbouwkunde.

Het valt niet te ontkennen, zeide een der inspecteurs, dat er in ons land slechts weinig gedaan wordt voor het onderwijs in de beginselen der landbouwkunde ; hem althans was niet bekend , dat hiervan eenig noemenswaardig werk wordt gemaakt. Hij zal echter gaarne van zijne ambtgenoot en vernemen, dat hij dwaalt.

De inspecteur uit Gelderland zeide hierop, dat de Geldersche commissie van landbouw eenigen tijd geleden kosteloos onderwijs in dat vak deed geven met vergoeding van eeuige reiskosten aan hoofden hulponderwijzers in de omstreken van Arnhem, en dat een jaar, nadat men hiermede had aangevangen , de volgelingen vau dat onderwijs zich aanmeldden ter verkrijging van eene acte van bekwaamheid , doch dat zij meerendeels moesten worden afgewezen, terwijl de afgewezenen een jaar later werden toegelaten. Dit heeft die com-