is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 20

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er wordt ons meegedeeld: ,,dat de burgeroorlog in China een einde heeft genomen",... en we zullen het dus daar maar op houden,

<-.«. tot er weer een nieuwe gene-

L.hina cn , . . ■ , °.,

Japan r m een onuitsPrekehjken

naam — en een onwaarschijnlijk aantal troepen — komt opdagen, hetz ij m het Noorden, dan wel in het Zuiden en den boel opnieuw „van eieren" maakt.

(En vergeet ,,Dr." Soen Yat Sen niet, die nog altijd de baas is in Canton, en voortdurend bezig met het bloed zijner ontstaarte landgenooten te vergieten.)

Och, de oorlogen in China z ij n anders zoo bloedig niet! Ten minste wat de gevechten aangaat: die bestaan meestal uit lawaaimaken, paffen, en voor-elkaar-wegloopen.

Na den veldslag wordt het meeste bloed vergoten... door de overwinnaars, die aan het martelen en moorden tijgen. En op groote schaal vernielen en plunderen.

Ik las met verteedering den naam Shan Hai Kwan in de vecht-bulletins der laatste weken, hoorde van bombardement en bestorming, en dacht aan de mooie stille hoekjes, de voorpleintjes van zoo menigen ontroerendschoenen tempel, aan de schatten van kunst en smaak, in de winkels bric-a-brac zaken schijnbaar ordeloos tentoongesteld. Daar gaat zooveel verloren bij die domme menschenruzies, zooveel wat onherstelbaar is, en niet te vervangen.

Wat zegt den doorsnee-lezer het telegram: ,,De troepen van Generaal Oey Woei Soei ■ .hebben Shan Hai Kwan na een hevig gevecht stormenderhand ingenomen."

Weinig of niets, niet waar? De onderzoekende geest van A. of B. doet hem naar een

school-atlas grijpen, C. zegt onverschillig en onjuist: „Zoo, zijn ze al bij Shanghai?"... en D. tot Z. vergeten het bericht zoodra markt- of politie-nieuws hunne aandacht trekt.

Maar voor wie er gewéést zijn!Hoe herinner ik mij de tijding in het begin van den grooten oorlog: dat de spoorwegbrug over de Save, van Zemlin naar Belgrado, m de lucht was gevlogen.

DE TOONEEL-MISÈRE.

I Uit: „Lustige BUUtcr")

De schouwburgdirecteur: — Een cogenblikje geduld, mijnheer. Er heeft juist nog iemand om een plaats getelefoneerd.

Ik zag dat mooie stuk werk, ik zag het wondere landschap: rivier en bergen, dorp en stad en akker... ik begreep en voelde, omdat ik wist.

En zoo verplaatste ik mij nu ook in den geest op de wallen van Shan Hai Kwan. Ik keek naar beneden, op het binnenplein der ge-