is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 20

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

808

DE HOLLANDSCHE REVUE

vangenis, waar de opgesloten boeven hunne ketens voortsleepten. Ik zag de stad, hare bezige drukte, hare nauwe straten, hare torens en poorten;... ik zag, daar buiten, den Chineeschen Muur, geflankeerd door zijn vooruitgeschoven wacht-posten en uitkijk-torens,... rijzend en dalend, over rivieren en ravijnen,

Uit: „Punch")

— Waarom hang je een spiegel boven z'n etensbak

— Wel, 't beest wilde eerst niet eten, maar nu denkf hij, dat er nog een is en nou eet-ie zoo gauw mogelijk z'n portie op, bang dat de ander er aan zal komen ....

over berg en vlakte, zich verliezend in de vérre verte, waar vale rotsmassa's den blik afstuiten.

Ik zag de drommen krijgers van het gebergte komen, door de grauwe vlakte naar de muren schuifelend: een ordelooze hoop, als 20 eeuwen geleden de Tartaren, maar thans met doodelijker wapenen. Ik hoorde het geschreeuw en rumoer van den strijd, zag den brand, de vernieling..., terwijl, vreemd genoeg, de kleine oogjes en het bol-bleeke gezicht van Ah-Sing, den curiositeiten-handelaar, voor mij verschenen, wijd-opengesperd in den doodsstrijd, trillend van ontzetting en pijn.

Zou het zoo niet geweest zijn?

En Peking... dat door een „Christen-Chinees" is bezet!? Hopen wij dat het gespaard moge blijven. Er is daar reeds meer dan te veel door „redders en beschavers" gestolen en vernield!

Wij stoocnen door de Straat van Formosa;

het is mistig, regenachtig weer, met hooge deining, zoodat zelfs de reusachtige Taiyo Maru een beetje stampt en slingert. Maar de beweging is niet hinderlijk. En dus lees ik de laatste Shanghai-couranten. 'n Taai genoegen !

Reeds vroeger had ik het over minder-sympathieke karakter-trekken der Japanners.

Die komen ook hier aan boord weer voor den dag. B.v.b. de arrogante manier waarmee zij hunne lieve, zachtaardige vrouwtjes behandelen. Soms komt men er toe om te denken, dat d i e van een ander ras zijn: zij gelijken m niets, uiterlijk noch innerlijk, op de sfuitend-leelijke, brutale, verwaande kereltjes, die op zoo bespottelijke wijze doen alsof zij onze, der Europeanen, gelijken zijn.

„Gaar" zijn zij anders wel! Dat bewijst o. a. hun gedrag na. den oorlog, waar zij wel zorgden om, in ruil voor zeer problematieke hulp, waardevolle panden te krijgen. (*)

Zoo bijvoorbeeld die Taiyo Maru.

Het is een ex-Duitsch schip: de vroegere

De jongen; — U vergeet uw paraplu, mijnheer, het regent.

De man van het systeem: — Ik kan er niks aan doen. Mijn systeem is een paraplu thuis en één op 't kantoor en als ik deze meeneem, heb ik er twee thuis

(*) Gevochten hebben de Japanners zoo goed als niet! Maar het is waar dat zij den oorlog hebben mogelijk gemaakt. Immers, stel U Japan voor als bondgenoot van Duitschland. Waar zou Engeland geweest zijn? En Frankrijk, en — later — Amerika? En Australië Thuis gebleven, die alle. Het Verre Oosten beheerscht de wereld.