is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 29, 1924, no 23

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

928

DE HOLLANDSCHE REVUE

Angelsaksische wereldrijk. Zonder dat hij dit voelt,... of er zich een grein van aantrekt.

Onder de bescherming der Britsche wetten is evenwel ook in Egypte in de laatste tientallen jaren eene categorie menschen komen bovendrijven gelijk in Rusland, in China, in Turkije, in Engelsch-Indië, ja tot zelfs in het zoo' feodale Japan,... die zich m de landen waar zij, helaas, voortwoekeren; Jong-China,

gros der menschheid, heffen klinkende leuzen aan, en voeren met roode lappen en holle klanken hunne min-snuggere volgelingen daarheen waar zij ze hebben willen. Als de scheerder, de veekooper, de slachter eene kudde schapen.

Ik woonde in 1892—94 in Egypte; ik kwam toen uit Turkije, een onaf hankel ij k land, waar de toestanden wel „iets" te wensen en overlieten!... (*) en sloeg mijne handen

(UUi ullui Verre Oosten" door G. de toa der Schateren)

Jong-Afghamstan, Jong-Indië, Jong-dit en Jong-dat noemen. Onrustige geesten..., onwetend-straatschendend zoo zij te goeder trouw zijn, gevaarlijke heeren zoodra zij geacht kunnen worden beter te weten; werkeloos uit neiging, en oproermakers van beroep, altijd parasieten hunner naieve omgeving, en bloedige despoten wanneer zij de macht in handen krijgen... Zoo maken deze lieden misbruik van de grenzenlooze domheid van het

in elkaar bij het zien van wat de Engelschen in dat dozijn jaren van een equivalent Oostersch land gemaakt hadden. En die indruk van bewondering werd bij latere bezoeken, in 1918, in 1919, nog versterkt.

(*) Vooral de roovers waren er „ontvoogd". En ambtenaren knevelden en stalen met eene onafhankelijkheid, alleen geëvenaard door die der Tong-Turken van thans.

K. W.