is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

de hygiëne op de lagere school en wees daarbij op het groote nut van ook daar de gymnastiek in te voeren. Naar aanleiding daarvan besloot de vergadering pogingen te doen om eenige der bestaande feilen aan te toonen, middelen te zoeken die te verhelpen en tevens den weg aan te wijzen, om ten minste eenige der vrije oefeningen door de scholieren te doen uitvoeren. Zonder de medewerking echter van schoolcommissiën, gemeentebesturen en vooral van U, onderwijzers! zou het een nuttelooze zaak zijn.

Het is dus op ü aller ondersteuning, dat zij hoopt en mocht zij hierin slagen, dan ware er gewis reeds een groote schrede gedaan om langzamerhand de gymnastiek als leervak ook bij het lager onderwijs te zien ingevoerd. Hierdoor zou een waarlijk menscklievend werk verricht zijn en al mocht hare invoering ook al niet dadelijk die zichtbare vruchten afgeven, de nakomelingschap zou met een dankbaar gevoel denken aan hen, die, het werkelijk volksbelang behartigende, hunne krachten gewijd hebben aan de invoering van zulk een hoogstbelangrijke zaak. De maatschappij en de staat zouden beide veel gewonnen hebben en zeker zou men van Nederland niet meer zeggen kunnen, dat het zich verwijderd heeft van zijne voorvaderen.

Treft het niet woorden te moeten hooren, zoo als door den Heer de Bosch Kempee zijn uitgesproken in zijn verhandelingen over de armoede: „Wij hebben eene overbevolking van ongezonden en gebrekkigen, van onkundigen en luiaards, maar overvloed van sterke, gezonde, bekwame werklieden hebben wij niet.

„ In de allerlaagste klasse heerscht eene loomheid en luiheid, die van den arbeid afhoudt.

„ Een gedeeltelijk gevolg der onzedelijkheid en armoede is de zwakke lichaams-gesteldheid van velen uit de geringere klasse.