is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

schil is er tusschen een haze- en een hondepoot ? Ik zeg maar, als we 't niet wisten , men zou 't niet vragen.

En zoo ik denk aan Vormleer, dan zie ik in mijn verbeelding Pestalozzi uit zijn graf verrijzen , de man die dweepte met zijn vormleer, en ik zie hem voorleggen een vraagstuk, dat ons werd voorgelegd van den volgenden inhoud : Van een ongelijkzijdig trapezium zijn gegeven de twee evenwijdige zijden en een diagonaal; hoeveel verschil in inhoud is er tusschen de twee lichamen, die ontstaan door de omwenteling van het trapezium om elk zijner diagonalen ? „Zoo," zou Pestalozzi zeggen, „zijn dat de beginselen van uw vormleer, ik heb respect voor je kennis , maar ik kruip maar weêr gauw in mijn kist."

Ja, dat noemen wij beginselen. Is 't nu zoo'n groot wonder, dat 't leeren van de tafel van vermenigvuldiging aan de lieve kindertjes voor een schoolmeester een heel klein beetje vervelend begint te worden?

En eindelijk zijn we, wat art. 44 ook gelukkig het laatste noemt, gearriveerd aan de beginselen der theorie van opvoeding en onderwijs.

Iemand , die van de zaken geen kennis heeft, zou zeggen , dat dit in de eerste plaats had moeten genoemd worden ; zou er mogelijk ook bijvoegen , dat de practijk van opvoeding en onderwijs ook al in dat art. 44 had moeten vermeld worden ; dat voorts die beginselen minstens moesten inhouden: een gezond begrip van de elementaire gronden van elke wetenschap, een helder inzicht in de methode , een bewustzijn, waarom de verschillende wetenschappen even zoo veel middelen zijn om 's menschen verstand, ook in 't kind, te ontwikkelen en zijn gemoed te veredelen.

Dadelijk ontdekt ge, dat dit de taal van den oningewijde is. Dat hij zich bij zijn leest houde. Immers bij dien broeden omvang aan kennis zou het belachelijk wezen , die pae-