is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

samenstelling en de verrichtingen van ons lichaam en van de middelen , waardoor wij onze gezondheid kunnen bewaren, kunnen vestigen. Daarop werd tot dusverre bij het onderwijs in de natuurkennis het allerminst op de lagere school gedacht. En de gevolgen daarvan zien we dagelijks voor ons. Waarlijk, de invloed, diende onderwijzer op de bevordering van de gezondheidsbelangen van het volk door zijn onderwijs heeft, of althans kan hebben, moet boven dien van eenige, zelfs geneeskundige, autoriteit gesteld worden. Zijne taak is het ontstaan van vooroordeelen te voorkomen; de anderen kunnen slechts pogingen aanwenden, om de bestaande te bestrijden. En hoe deze laatsten daarin vaak slagen, kan de uitbreiding van de tegenwoordige pokken-epidemie leeren. Hoeveel slachtoffers zouden niet gespaard zijn geworden, indien de onderwijzer, in het volle bewustzijn van zijn roeping, de aan hem toevertrouwde kinderen in de jaren, die verloopen zijn, bekend had gemaakt met de heilzame middelen, die aangewend kunnen worden om deze en andere ziekten af te wenden!

Maar onwillekeurig hebben we de feitelijke beschouwing van het Rapport door onze eigene vervangen, omdat we geheel onder den indruk der tijdsomstandigheden verkeeren.

Keeren we echter tot dat Rapport terug en resumeeren we kortelijk de middelen, door do Commissie aan de hand gedaan, om het doel te bereiken:

1°. Het opnemen van de gezondheidsleer als zelfstandig leervak bij het onderwijs aan 's Rijks kweekscholen voor lagere onderwijzers.

Men verwarde daar tot dusverre —- zegt de Commissie — anatomie en physiologie te veel met hygiëne, en deed de gezondheidsleer ondergaan in wat oppervlakkige kennis van het samenstel en de verrichtingen van het menschelijk lichaam. Zij meent echter, dat op de algemeene grondslagen van ontleed-