is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

voorstonden of nog voorstaan; maar wij achten het niet noodig. Het aangehaalde zegt duidelijk onze meening.

Dat op de volksschool het kind moet leeren vormen op te nemen wordt, voor zoover wij weten, door niemand geloochend. Maar dat in de volksschool vormleer en teekenen , op bovengenoemde wijze, hand aan hand moeten gaan , schijnt door velen betwijfeld te worden. Bedriegen wij ons niet, dan is althans het aantal scholen, waar de vormleer in bovengenoemden zin wordt onderwezen, nog niet zeer talrijk. Maar wat daarvan ook de reden moge zijn, onderzoeken we, of de heer Görlitz de zaak uit het ware oogpunt beschouwde. Geen onderwijzer toch zal, op het gebied van onderwijs, iets willen doen op gezag van anderen.

Wij hebben reeds gezien, dat het kind verlangt te kunnen teekenen. Dit alleen echter kan geen reden zijn, waarom er op de lagere school teekenonderwijs moet gegeven worden. Het kind zoekt wel meermalen naar de bevrediging van een verlangen, dat niet bevredigd kan worden. Beschouwen we daarom de zaak nog van andere zijden.

Begrippen ontstaan uit voorstellingen; voorstellingen worden geboren door indrukken; indrukken worden veroorzaakt door waarnemingen ; waarnemingen geschieden door zintuigen. Hoe dieper en vollediger de indrukken zijn, hoe langer de voorstellingen stand houden en hoe duurzamer derhalve ook de begrippen zijn. Indrukken kunnen diep en volledig wezen, als de zintuigen gezond zijn en de vatbaarheid om goed waar te nemen aanwezig is. Die vatbaarheid kan een natuurlijke aanleg zijn, maar kan ook door oefening worden vergroot. Maar zal dit laatste geschieden, dan moeten de zintuigen werkzaam zijn. Een orgaan , dat niet werkt, wordt allengs ongeschikter, een orgaan dat werkt, wordt gestadig beter. De theorie en de ervaring bewijzen dit. Elk krachtsverbruik gaat met stofverlies gepaard. Ter-