is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk,

mengingen van het gevoel protesteert. De begeerten bedienen zich van het Verstand, waar dit haar van dienst kan zijn; maar zjj verwijten daaraan zijne difficiles nugas, zijne broodelooze kunsten. Het verstand daarentegen wil niet door haar worden gestoord, nog minder verblind; maar het moet wijken of tol betalen, daar zelfs de rede zich nauwelijks tegen haar kan verzetten en het vernuftig redeneeren der hartstochten zelfs niet kan verhinderen. De aesthetische oordeelskracht kampt tegen den lust der zinnen en verdedigt somwijlen de verbeeldingskracht tegen het verstand. Maar de rede pleegt haar tegen te spreken en het schoone en leelijke tot den rang der bloote verschijnselen terug te wijzen. Ons eigen ik is de kampplaats voor al deze twisten! Ja, dat ik is zelfs de verzamelende eenheid van al die twistende partijen! Zou men het in ernst kunnen gelooven?"

Indien dan nu tegenover zulke kunstig door de theorie zelve gevormde raadselen iemand naar de oplossing daarvan mocht vragen, dan zou men hem dadelijk moeten antwoorden : Laat slechts vóór alles die verkeerde hypothese, dat evenzeer onbruikbare als door niets gerechtvaardigde buiten de ervaring gaan, vallen en keer terug tot de natuur, dan zullen de raadselen verdwijnen.

Ten derde: De paedagogiek ondersteunt op het levendigst deze veroordeeling. Zij kan in hare eigen geschiedenis aantoonen , hoe de mythologie van de zielsvermogens niet slechts als onbruikbaar, maar in den hoogsten graad schadelijk in de praktijk is bevonden. Waarin heeft de bijgeloovige bewondering voor het latijnsche taalonderwijs anders haar grond, dan juist in de eveneens bijgeloovige theorie van de zielsvermogens ? „ Wanneer " — zoo redeneert de vulgaire paedagogiek — „ wanneer de ziel verschillende organen, zielsvermogens genoemd, heeft, dan komt het er op aan, ze in den tijd van den wasdom te oefenen , onverschillig door welke