is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

dat onvolkomene, daar net dezen aan lust, genen aan opwekking en aanmoediging ontbreekt, en bij weder anderen gebrek aan tijd tot voorwendsel strekt van gebeele verwaarloozing der voortgezette oefening. Werd dat gevolg van het zoo vroeg verlaten der school, vooral voor meisjes, levendiger ingezien en dieper gevoeld, dan zou zeker voor menigeen de leertijd langer duren. Die onmisbare voorwaarde tot degelijk onderricht zou althans niet worden onthouden aan zulke kinderen, wier ouders geen behoefte hebben aan de vaak karige verdiensten hunner kinderen, om in de nooddruft van het gezin te helpen voorzien.

't Is mogelijk, ja we achten het waarschijnlijk, dat al moet men tot de erkentenis komen, van hoe groot een omvang de kunst van lezen zij , en dat 't aanleeren en zich eigen maken dier kunst veel tijd vordert om het tot een behoorlijke hoogte te brengen, er toch nog wel door dezen of genen zal worden aangemerkt, dat de noodzakelijkheid voor allen om zich in die zoo geprezen bekwaamheid te volmaken, hun niet recht duidelijk is. Zij laten zich misschien dus hooien: „Zou 't voor hen, die weinig tijd of gelegenheid vinden om zich aan 't leeren te wijden, wel zoo dringend noodig zijn, naar een volkomenheid te streven, die hun minder te stade komt dan vele anderen? Een ander voert misschien aan: „ dat er te veel wordt gelezen, althans door kundigen, die 't hun gezegd hebben, vooral in boeken, die geen gunstigen invloed op ware geestbeschawing kunnen oefenen, maar veeleer verderfelijke beginselen aankweeken." Een derde merkt op: „dat bij de massa geschriften, aan welke onze eeuw zoo rijk is, de lezing van den bijbel in vele gezinnen op den achtergrond geraakt, ja niet zelden geheel wordt verzuimd." Elders weder verneemt men de bedenking, die aldus wordt geformuleerd: „De voor ieder menseh noodige kennis is alleen uit boeken niet te halen."