is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoolnieuws.

Sedert dien tijd zijn hier en daar ook nog andere pogingen tot verbetering in het werk gesteld, die bijzonder de aandacht verdienen. Op het groote belang van schoolbibliotheken, mede tegen schoolverzuim en in 't belang van herhaling of voortzetting van onderwijs, was reeds meermalen door de vergadering gewezen, gelijk ook op het belang van scholen bij fabrieken. Hier en daar heeft men goede vruchten gezien van het geven van eene gratificatie, gelijk staande met het schoolgeld, aan de ouders van getrouwe schoolbezoekers; zoo mede van het toekennen van een veranderlijk inkomen aan de onderwijzers, naar mate van getrouwe opkomst der kinderen; ook van commissien tegen het schoolverzuim. Maar bijzonder was de aandacht der vergadering, even als van vele anderen, gevallen op het invoeren van spaarboekjes of spaarbankboekjes , zoo als in den laatsten tijd te Kampen en Deventer door vrijwillige bijdragen van bijzondere personen en te Baarn door het gemeentebestuur is gescbied(l). Volgeus het gevoelen der inspecteurs verdiende vooral ook het laatste navolging.

(1) Het bestuur van het Departement Nijmegen der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen heeft in een rapport van 20 April 1869 het volgende opgenomen: „Om het schoolgaan bij minvermogenden te bevorderen , heeft men te Groningen eene Commissie zamengesteld uit het Departement Groningen der Maatschappij tot Nut van't Algemeen. Deze Commissie bestaat reeds 20 jaar en verheugt zich in de schoonste resultaten ; in hare bemoeijingen wordt ze zedelijk en stoffelijk ondersteund door het Departement. Ze werkt op de volgende wijze: ze liet vroeger— nu laat de schoolcommissie het doen — jaarlijks alle schoolpligtige kinderen opschrijven, huis aan huis. Ze laat onderzoeken welke kinderen niet ter school gaan, deze worden door een daartoe geschikt en gesalarieerd persoon bezocht en de ouders aangespoord, om de kinderen naar de school te zenden. Maandelijks ontvangt deze zelfde persoon van de vijf onderwijzers der armenscholen op daartoe ingerigte lijsten eene opgave van al de absenties. De bode zit er achter om die te voorkomen. Zijn er wegblijvers, de bode gaat er heen om het euvel weg te nemen. Elk lid der Commissie heeft eene der vijf scholen voor zijne rekening. Hij ontvangt verslag van genoemde absenties , van 't geen de bode doet onder zijn ressort en laat niet na om zelf de huisgezinnen te bezoeken, waar slordig schoolgaan eene gewoonte is geworden. Valt de jongen in de termen, dat hij al wat moet verdienen, dan doet de Commissie moeite om zoo eenen naar de herhaling- of' Zondagsschool te krijgen. Zijn er geen kleêren, de Commissie zoekt ze te verschaffen door armbesturen of doet het zelve. In vroegere jaren deed de Commissie een beroep op de liefdadigheid, liet concerten geven door de eene of andere zangvereeniging, die in haar belang gewonnen was en kreeg een aardig fonds; nu bekostigt het Departement de uitgaven. Do onderwijzers en armbesturen werken krachtig mede. Te Kampen, zoo lazen wij onlangs, heeft eene Commissie, die met hetzelfde doel werkzaam is, aan drie trouw opkomende leerlingen een bewijs gegeven,