is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1871 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoolnieuws.

daarbij Onze voorziening inroepende tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 9 Qctober 1S68, n». 36, weigerende goedkeuring aan een besluit van genoemden raad, dd. 18 September bevorens, n». 1, meer bepaaldelijk strekkende om alsnog op de begrooting en rekening der gemeente over 1867 te verevenen gratificatiën aan onderwijzers toegekend.

Den Baad van State (afdeeling voor de geschillen van bestuur) gehoord, advies van 3 Februarij 1860, n". 87;

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van den llden Februarij 1869, n-, 189, 5de afdeeling; Overwegende: . dat de gemeenteraad van Havelte aan de onderwijzers m die gemeente gratificatiën heeft toegekend, te samen ten bedrage -yan ƒ200, doch dat Gedeputeerde Staten geweigerd hebben de toevoeging van een post daarvoor aan de gemeentebegrooting goed te keuren, op grond dat gratificatiën niet anders zijn dan tijdelijke verhoogingen van jaarwedden, welke alléén mogen plaats hebben door wijziging der schoolregeling, ouder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, naar art, 19 der wet op het lager onderwijs;

dat voor de jaarwedden van openbare onderwijzers ot hulponderwijzers geen ander bedrag op de begrooting der gemeente behoort te worden gebragt, dan hetwelk door Gedeputeerde Staten, in den zin van art. 19 der wet op het lager onderwijs , vooraf is goedgekeurd;

dat vermits volgens dat artikel geen verhooging van die jaarwedden zonder goedkeuring van Gedeputeerde Staten kan plaats hebben, ook geen tijdelijke verhooging, zelfs niet onder den vorm van gratificatie, zonder die goedkeuring kan worden toegelegd, dat dus de weigering van Gedeputeerde Staten om het besluit van den gemeenteraad goed te keuren, voor juist is te houden;

Gezien de artt. 213 en 214 der wet van 29 Jnnij 1851 {Staatsblad a». 85) en art. 19 der wet van 13 Augustus 1857 {Staatsblad n». 103); Hebben goedgevonden en verstaan:

Het verzoek van den gemeenteraad van Havelte te wijzen van <le hand. " , , , , .,

Onze Minister van Binnenlandsche Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State (afdeeling voor de geschillen van bestuur), 's Gravenhage , den 16den Februarij 1869.

WILLEM.

Be Minister van Binnenlandsche Zaken, Fock.

XLI.

Beroep van den raad der gemeente Wijhe tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Overijssel, waarbij goedkeuring is onthouden aan de vaststelling der jaarwedde van den tweeden hulponderwijzer aan do openbare school in die gemeente.