is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1834 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

516 Boekbeoordeelingen.

zich zeer aangenaam laat lezen en reet geschikt is voor de kinderlijke bevatting. Bij de lezing, en bij de bezigtiging der plaatjes, (waarmede beide boekjes rijk gestoffeerd zijn) kwam bij ons het vermoeden op, of misschien het verhaal, naar de reeds geteekende of gegraveerde figuren, en niet (zoo als het behoorde) omgekeerd, was ingerigt. Het heeft er wel iets van, alsof men zekere woorden of eindrijmen opgeeft, die men verpiigt is in zijn verhaal of gedicht in te vlechten. Indien dit het geval ware, dan raden wij dit Schrijvers en Uitgevers hoogeiijk at. Daarvan zal het dan te verklaren zijn, dat er zekere gedwongenheid en stijfheid m de aaneenschakeling der gebeurtenissen plaats heeft, zoodat men duidelijk bemerkt, dat er deze of gene bijzonderheid slechts 1S ingebragt, om den wil van het plaatje; en vandaar dan ook, dat de afbeeldingen met goed met het verhaalde overeenkomen •> dit moet men 'bij kinderen vooral vermijden. Duidelijk valt dit, onder anderen, in het oog bij N°. 2, op het prentje tegen over bl. 6. In het verhaal wordt van twee of drie jongetjes gesproken, die een liedje zongen, en dansten, om eene aalmoes; op het plaatje staat er maar één, en daarbij een welgekleed knaapje, dat spottend het springen van den armen jongen naaapt, en hiervan komt geen woord in het verhaal voor. Wij zouden dit nog met andere voorbeelden kunnen aanwijzen.

Beide boekjes bevatten ieder één klein tooneespel. Ir. 1 vinden wij er een, ge¬

titeld: « De kleine vioolspeler." Bij de lezing