is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1834 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

718 Mengelwerk.

zenlijk lief hebben en met nadruk voor hun welzijn werkzaam zijn, en dat hetgeen in de school onderwezen en verrigt wordt, heilzaam voor hen is. En zouden zij zich daardoor niet aangedreven voelen , om hunnen kinderen liefde voor de school en voor hunne onderwijzers in te boezemen ? niet zorgen , dat zij deze voor hen zoo gewigtige kweekplaatsen getrouw bezoeken, en hun ook niet gaarne de noodige boeken en andere schoolbehoeften verschaffen, met één woord, alles aanwenden , wat de bedoelingen der school kan bevorderen ?

ÖOOR EEN NAAUWER, EEN INNIGER VERBAND TOSSCHEN DE SCHOOL EN DE OUDERLIJKE WONING WORDT , EINDELIJK , OOK EENE GROOTERE OVEREENSTEMMING VAN BEIDE OPZIGTELIJK DE OPVOEDING DER KINDEREN BEWERKT.

Wanneer eene plant geene gelijkmatige en voor het doel bevorderlijke behandeling ondervindt, maar nu eens aan koude, dan aan warmte, nu aan droogte, dan aan vochtigheid blootgesteld wordt; wanneer dezelve heden aan dezen, morgen aan genen, gansch verschillenden , grond wordt overgegeven: dan kan haar wasdom niet gedijen. Hetzelfde is het geval met de jonge spruiten der meuschheid. Worden deze nu eens met te groote gestrengheid, dan met te veel inschikkelijkheid opgevoed; keurt men hier goed, wat ginds wordt afgekeurd; beveelt men van den genen kant, wat van den anderen als verkeerd wordt bestraft: dan kunnen ook deze planten öiet gedijen, maar zullen, in de

mees-