is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1834 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

978 Mengelwerk,

zijn. Men verwacht van onderwijzers veelal veel meer, dan zij verrigten kunnen; men laat zich door advertentiën, verslagen en aanbevelingen van instituten, waarvan de nieuwspapieren overloopen, wijs maken, dat aldaar in eene reeks van talen en wetenschappen grondig onderwijs wordt gegeven , hetgeen, zoo lang jacotot's leerwijze niet werkelijk is ingevoerd, in de meeste gevallen volstrekt onmogelijk is. Hoe veel klagten worden er niet aangeheven, dat op de lagere scholen veel te veel wordt onderwezen , hetwelk voor de lagere standen der maatschappij volstrekt onnut, ja schadelijk zal zijn? Men begrijpt dus met jacotot , dat een onderwijzer aan anderen kan onderwijzen, hetgene hij zelf niet verstaat; want, het ware zeer. te wenschen, dat alle onderwijzers zich in staat bevonden, alleen het noodzakelijke grondig aan hunne leerlingen mede te deelen, en hiertoe breng ik, in de eerste plaats, de rekenkunde.

Recensent haalt uit mijne inleiding het gezegde aan , « dat mijne leerwijze het voor« deel bezit van door gewoonte geheel ma« chinaal te kunnen wórden," en zegt, dat, indien hem niet anders dan dit van mijne leerwijze bekend was, dit alleen hem tegen dezelve geheel zoude innemen. Hij vergeet er bij te voegen', dat ik verder zeg: « ter« wijl in de opzetting al het machinale ver« bannen is, en de leerling volstrekt ge« noodzaakt is, den aard der vraag te over<t denken ; doch daarbij niets , dan gezond « verstand noodig heeft." E-ecensent wil dus, zoo wel de opzetting als de bewerking der

vraag-