is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1834 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boekbeoordeelingen.

1059

Het tweede geval, in dit Hoofdstuk opgenomen , namelijk de dood van johannes den Dooper, is niet minder keurig bewerkt: kort, doch volledig, stelt de Hoogleeraar de zaak • geschiedkundig en ophelderend voor, terwijl het geheel veie menschkundige opmerkingen bevat,. De Heer van der palm meent, dat de aanteekening van markus, H. VI. 20: herodes ontzag johannes, wetende, dat hij een regtyaardig en heilig man was, en hij nam hem onder zijne bescherming,- ja , wanneer hij hem gehoord had, deed hij vele (goede) dingen, en hij hoorde hem gaarne, betrekking heeft op den tijd, toen johannes op het slot Machérus gevangen zat; zie bl. 240. Ons komt dit bedenkelijk voor. Indien toch herodes toen zoo over johannes dacht, hem onder zijne bescherming nam, hem gaarne hoorde en naar zijnen raad luisterde; waarom liet, hij hem dan niet los? Of was hij zoo geheel de slaaf van zijne ondeugende bijzit? Herodias moge de bewerkster van johannes gevangenschap zijn geweest; herodes was toch ook zelf op den Dooper boos, daar deze zich verstout had, om hem te zeggen : Het is u niet geoorloofd uws broeders huisvrouw te bezitten. Zien wij wel, dan stelt de genoemde aanteekening van markus ons johannes nog in vrijheid zijnde voor; toen had plaats, hetgene de Evangelist zegt; toen begaf zich johannes — al wordt ons dit niet bepaald berigt — meermalen ten hove, om den Vorst te raden, en die raad werd dikwijls gevolgd. Dit gaf dan nu ook den boetgezant vrijmoedigheid, om herodes over zijn bloedschendig

hu-