is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1811 [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGELING DER SCHOOLGELDEN. .9

toevoegen, aan welke hij zich al ligtejijk meer hecht dan aan zijnen post als onderwijzer. — Althans het gevolg van een en ander is, dat de. waarneming der fchool veelal door iulké andere betrekkingen en bedrijven van den onderwijzer aanmerkelijk lijdt, hij in dezelve telkens geftoord, en daardoor het onderwijs hoogst ongeregeld en daarmede tevens grootendaels onvruchtbaar wordt, terw p er hem bovendien de genoegzame tijd door wordt ontnomen om zich verder te oefenen en op deze wijze voor de jeugd hoe langer hoe nöttiger te worden.

3. ) Ingevolge van zoodanige meerdere bezigheden van den onderwijzer, of ook van zijne meerdere jaren', of ook wel van zijne lusteloosheid ten aanzien der fchoolwerkzaamheden, wordt hij of genoodzaakt of gevoelt hij zich geneigd om zich van eeneri Ondermeester te voorzien, die, zoo deze behoorlijk onderleid is , en de onderwijzer hem toelaat zijnen eigen gang te' gaan, niet zeldzaam de weldoener en hervormer der fchool wordt; maar heeft het tegendeel plaats, g hik niet zelden het geval is, zoo ziet al dikwerf eene talrijke fchool zich overgegeven aan de leiding van een onervaren jongeling, die- in plaats van aan het hoofd eener fchool te liaan, nog zelf het ontvangen van onderwijs dringend zoude behoeven. Eindelijk

4. ) \Vegens de fobere inkomfïen, welke vele, hoewel talrijke, fcbolen aan hunne onderwijzers opleveren, zien deze zich genoodzaakt, om, hoe •nvoldoende dan ook, de fchool zonder eenige,

al-