is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1811 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6 BIJZONDERE SCHOOLORDE

zullen de anderen insgelijks hare bezigheden hebben ,öf toeluisteren, en aan de verfchillende klasfen behendige, doch gedurig afwisfelende bezigheid gegeven worden.

18. Ten aanzien van de orde, waarin de verfchillende klasfen onderwezen worden, en de verdeeling van .den fchooltijd, zal gevolgd worden eene lijst van werkzaamheden, door den Onderwijzer te ontwerpen, onder goedkeuring van den Schoolopziener, of de plaatfelijke Schoolcommisfie, op dewelke ook zullen aangewezen worden de werkzaamheden der herhaling (Art. 23.)

19. Er zullen in de fcholen geene andere leerof leesboeken mogen gebruikt worden, dan die uit de gearresteerde algemeene Boekenlijst, door den Schoolopziener, of de plaatfelijke Schoolcommisfie, van ieder fchool worden aangewezen, of zijn goedgekeurd.

20. De Schoolonderwijzer is vooral verpligt te zorgen, dat alle zijne leerlingen naauwkeuri°- , vaardig en natuurlijk lezen; hij zal de zin - en fcheidteekenen, onder het lezen, doen in acht nemen , en voorkomen, dat zij zich aan geenen temenden , dreunenden of half zingenden toon o-ewennen. Daartoe zal hij hun de les eerst voorlezen, zich vooraf met den inhoud derzelve bekend makende, woorden, fpreekwijzen en zaken 5 daarin voorkomende, eerst voor zijne leerlingen ophelderen, en onder herlezen, hun, naar hunne vatbaarheid, vragen doen, ten einde zich te overtuigen, dat zij het gelezene verdaan, en alzoo hun denkvermogen zoeken te ontwikkelen en hun verHand te befchaven. 2I