is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1810 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B£R SCHOOL TE TERNAARÖ.

Ï57

zitten, mits dat zijn onzedelijk gedrag, achteloosheid enz. hem zulks niet onwaardig maken.

Omtrent het onderwijs in het rekenen neem ik deze orde en handelwijze in acht:

Alvorens een leerling met het eigenlijk rekenen beginne, moet hij eenig denkbeeld hebben, wat m het algemeen rekenen is. Tot dat einde moet hij de eerde les van BRUNX8 Rekenkunde lezen, herlezen en, zoo veel mogelijk is, wrftaan. Zoodra hij hiervan eenig begrip heeft , gaat bij tot de dadeliike uitwerking der voorbeelden ter oefening over; echter niet eerder, dan na dat hij de les, over die voorbeelden handelende,, wel begrepen heeft. — Ontdek ik evenwel in de uitwerking, dat de les niet goed verftaan is, alsdan moet de les nog eens gelezen worden, en wel dat gedeelte, waaraan de uitwerking niet voldoet. De fouten , welke eerstbeginnenden in de eecfté en voomaamfte regelen der rekenkunde, als de telling, zamcnteliing, vermenigvuldiging enz. begaan, moeten door verder gevorderden nagegaan en verbeterd worden , ten einde deze hierdoor meer vaardigheid en vastheid in de bearbeiding der voornaamfte grondregelen verkrijgen.

Wat het zingen aangaat, hieromtrent ga ik aldus te werk:

De tijd, dien ik hiertoe baftede, is het laatfte half uur van den namiddag-fchooltijd, na vooraf de kleinen, die niet mede zingen, en welke nu ook reeds lang genoeg -in de fchool geweest zijn, daaruit te hebben laten gaan. Alsdan beginnen