is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1810 [volgno 14]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SETERE REGELING DER SCHOOLGELDEN. 519

lijk er zijn, dan daarmede het uitzigt op verbetering van beftaan in verband te brengen en het een aan het andere ten naauwfte te verbinden.

Moest niet juist daarin een krachtdadig hulpmiddel gelegen zijn om de Onderwijzers te winnen Toor de nieuwe inrigtingen eri hen uit te lokkeri om zich, met opoffering van tijd en moeite; daarnaar gereedelijk te voegen ? Vermogt ook het Gouvernement billijkerwijze den Onderwijzeren vele en nieuwe moeite, bepalingen en verordeningen voorleggen en hen daaraan onderwerpen, zonder hun tevens althans het uitzigt te openen op ccnig goed weêrom ? Vermogt de Wet, die de Schoolonderwijzers tot eene meer doelmatige en jnecr, heilzame waarneming van hunnen post ftond te leiden en te verpligten, en alzoo den gróndflag leide tot eene betere ouderwijzing en opleiding der jeugd, niet vooronderftellen, dat ook de ouders , wiet kinderen daarvan de belangrijkfte vruchten ftondeu in te zamelen, gaarne genegen zouden zijn, om, door het helpen verbeteren eri verzekeren van het lot en beftaan van den Onderwijzer, van hunne zijde deszelfs meerdere moeite en zorgen en zoo die van den weldoener hunner kinderen, te belooncn ? Mogt ze dit zelfde niet vooronderftellen ook van zulke ingezetenen, die niet dadelijk genot van de gemeenfehap aan zulke maatregelen ftonden te hebben? Of zoude het niet voor bet bekend edelaardig karakter onzer natie beleedigcnd geweest zijn 4 aan te nemen,; dat het bijdragen eener geringe fomme tot zulk een algemeen en hoogst nuttig doel, als de opI. D. ébattövwi P p voe-='