is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1810 [volgno 14]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETERE REGELING DER SCHOOLGELDEN. 52 jt

langer hoe meer uit de wanbetaling der eveneens veelal fchrale fchoolgelden.

Bij dit over het algemeen zeer fober inkomen als Schoolonderwijzer en deze geringheid der fchoolgelden zag de Onderwijzer, gedreven door het belang van zijn huisgezin, veelal uit naar de Verkrijging van nog andere bedieningen of ook wel anderen arbeid, gefchikt om\ zijn inkomen eenigermate- te verbeteren. Maar naar mate hij nu daarin te beter Haagde, werd hij een te ongcfcliikter fchoolhouder, het fchoolwerk bijwerk, en dit eindelijk geheel overgelaten aan ondermeesters of aankomende jongelingen. Konde men van den Onderwijzer de eigen waarneming van dezen zijnen post vorderen, zonder hem tevens de ernftige bedoeling te kennen te geven , dat hij voor het gemis der voordeden van andere werkzaamheden of bedieningen behoorlijk zou woraen fchadcloos gefield ? Op deze wijze ftorid ook het gronte voordeel verkregen te worden, dat de Onderwijzer zich geheel cn al aan zijnen post kon wijden, cn de tijden buiten de fchoolureri zoude kunnen bededen tot de zoo hoog noodige verdere oefening van zich zeiven.

Het is waar, er zijn Schoolonderwijzers, fchoon derzelver getal, in vergelijking der overige, gering is, die in eenen goeden doen zitten en verre af zijn van met gebrek te worftclen te hebben. Dart zii, wien zulks uit hunnen post van Schoolonderwijzer zeiven te beurt valt, zijn hoogst zeldzaam. Veelal is dit alleen het gevolg van 36 Vcreeniging" van meerdere , posten ' in den OnderPp 2 Wij-