is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in Holland, 1810 [volgno 14]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

564 ALGEMEENE BEPALINGEN TER REGELING

talen onderwezen worden , als mede dc gehecle Kostfcholcn, dat is dezulken, die niet tevens Dagfcholen zijn, onder behoorlijke voorwaarden aartdeel aan het Schoolfonds der Gemeente, waartoe zij behodren, kunnen erlangen.

Art.'18. In frede der thans plaats hebbende Schoolpenningen zullen alle de Schoolonderwijzers en Schoolhouderesfeii, die, ingevolge van de voorgaande Artikelen, tot het aandeel in dc Gemeentelijke Schooifondfen geregtigd zijn , voor elk kind, dat de School dadelijk en geregeld zal blijken bezocht te hebben, een Vast én gemeentelijk of plaatfelijk, of ook wel fchoolsgewijze te bepalen, jaarlijksch leergeld erlangen, hetwelk ten platten Lande nooit minder dan 3 en nooit meer dan 5 guldens, doch in de Stad Groningen nooit meer dan 14 guldens zal zijn. Bij de bepaling der hoegrootheid van dit leergeld zullen in aanmerking moeten genomen worden j deels de meerdere of mindere vaste inkomften der Onderwijzers, deels het aantal fchoólpligtige kinderen, tot de School behoorende, en voorts in het oo^ moeten gehouden worden, dat zij teil geringftc bezware der Ingezetenen een toereikend beftaan: erlangen.

De bepaling van dit leergeld zal gefchieden door1 dezelfde perfonen, welke, volgens Art. 5, met de regeling der klasfificatie zullen belast zijn.

Art. 19. Ten einde het juiste aantal Scholieren, welke de School gedurende het laatst verloopen vierendeeljaars dadelijk en geregeld bezocht