is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boekbeoordeelingen.

in de ooren klinken; doch, al kunnen zij er zich niet mede vereenigen, het zal, door de geleidelijke voordragt, van zijne hardheid veel verliezen. Op meer dan één hijzonder punt, vooral in dit gedeelte der brochure, hebben wij wel bedenking, maar mogen niet toegeven aan het verlangen om daarover iets in het midden te brengen. Dit slechts in het voorbijgaan: om tot de slotsom te komen, dat geen eigenlijk gezegd godsdienstig onderwijs in de school mag worden gegeven door den onderwijzer, behoeft er, naar ons inzien, niet zoo zeer gedrukt te worden op de aanwezigheid van de Israëliten. — Het besluit van 1842 wordt zeer ongunstig herdacht.

„ Maar de Staatsschool moet ook op eene wetenschappelijke hoogte staan, overeenkomstig de behoeften van onzen tijd, en er moet een zeker verband blijven bestaan tusschen de beschaving der verschillende standen," komt als verder onderdeel in behandeling, en schijnt ons toe bijzondere aandacht te verdienen.

Maar nu ook moet, „ zal er van overheidswege voorzien worden in voldoend lager onderwijs, de Staat overal zorgen:

1. Voor een genoegzaam personeel van geschikte onderwijzers.

2. Voor doelmatige lokalen en de vereischteleermiddelen.

3. Voor de noodige bezoldiging der onderwijzers." Hier komt de Schrijver op het terrein der praktijk,

en dit gedeelte bevelen wij ook daarom der bijzondere aandacht aan van de onderwijzers, omdat wij er meer bepaald door in de school gebragt en op hare meer regtstreeksche belangen oplettend gemaakt worden. „ Voor voldoend openbaar onderwijs is derhalve mede voldoende bekwaamheid en geschiktheid van den onderwijzer noo-