is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

met welke niets confessioneels gemoeid is, dan moet de onderwijzer eener school van slechts ééne klasse tot die confessie behooren, tot dewelke op den tijd der aanstelling voor die plaats de meeste schoolpligtige kinderen behooren. 3.) Telt eene school meer dan 80 kinderen (§. 4) van verschillende geloofsbelijdenissen , dan moet bij het aanstellen van eenen hulponderwijzer, of der onderwijzers (§• 4), op degenen, die tot de confessie behooren, welke de minderheid uitmaakt, derwijze worden acht geslagen, dat op minstens 40 kinderen derzelvo een hulponderwijzer of gewoon onderwijzer van die belijdenis komt, aan wien hot godsdienstig onderwijs van al de deze school bezoekende kinderen van die geloofsbelijdenis kan worden opgedragen. I.) Tot het inrigten (zur Herstelling) van scholen voor bijzondere gezindheden zijn de burgerlijke Gemeenten dan gehouden, wanneer het binnen den schoolkring aanwezige getal kinderen 140 beloopt; wanneer daarvan 60 tot eene belijdenis behooren, op welke bij de oprigting der school niet is gelet, en wanneer de meerderheid van de tot de laatstbedoelde belijdenis behoorende huisvaders in eene door het Gemeentebestuur in te leiden bijeenkomst zich voor de oprigting van eene afzonderlijke school verklaart.

Voor het godsdienstig onderwijs van die schoolpligtige kinderen, welke dit, ingevolge de bepalingen dezer paragraaf, in de openbare Volksschool niet kunnen of willen ontvangen, hebben de betrokken ouders of godsdienstgezindten te zorgen.