is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoolnieutvs.

Zoo zoude men meenen, dat er voor liet onderwijs der jeugd in Amsterdam genoegzaam ware gezorgd, en dat zelfs de Kleinkinder - of Matressenscholen, door meer beperkte toelating, na strenger onderzoek, niet waren verzuimd. Doch de Bewaarscholen , uit den vreemde overgenomen, kwamen toch van lieverlede in zwang en klommen in eenige jaren tot een aanmerkelijk getal.

Niet dat l'Ange de oprigting der Bewaarscholen over het geheel wraakte. Integendeel, hij erkende daarvan het nut, mits zij zich' volstrekt bepaalden tot die kinderen, welke er behooren in opgenomen te worden, en zich, tegen de bepaling der Schoolwet, niet verder uitstrekten dan tot aan het einde van het zesde jaar, waarmede de eigenlijke schoolpligtigheid begint; wanneer er aan het hoofd stonden vrouwen, door voorafgaand onderzoek bekwaam en geschikt bevonden; wanneer zij dienden tot ontwikkeling en vorming der kinderlijke vermogens of maar alleen tot bewaring, en eindelijk niet ingrepen in de leerstof, welke tot de eigenlijke school behoort.

Een gewigtig bezwaar zag l'Ange in de vermenigvuldiging der Bijzondere scholen van de eerste klasse, sedert 1847 in Amsterdam, waarvoor de deur al wijder en wijder werd opengezet, Naar zijne meening lag dat niet in het doel der Wet van 1806, bij de enkele bepalingen, welke de Bijzondere van de Openbare scholen onderscheidon. .Hij achtte die bepalingen klaarblijkelijk geschikt om de toen bestaande Diaconiescholen der onderscheidene gezindheden te sparen en hare Bestuurders meerdere vrijheid te laten in hun beheer; om de in 1806 aanwezige scholen der Departementen van de Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, en eene en andere inrigting, door bijzondere personen gevestigd, te ontzien; maar geenszins be-