is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

voor zijne kinderen kan afzonderen dan de kleine burger- of handwerksstand, opgenomen zijn, en dat de gewone lagere, dat is de algemeene volksschool slechts het allernoodigste, voor allen bruikbare kan geven en doen beoefenen, en dus niet in staat is, om in al de behoeften der bijzondere standen en beroepen te voorzien. Waren de onderwijzers ook al bij magte, om een daarmede in betrekking staand onderwijs te geven; hunne leerlingen zouden niet in staat zijn om dit te ontvangen. Verreweg de meesten verlaten in den regel op 12-jarigen ouderdom de school, en hun leertijd voor den kring van 't maatschappelijk leven, dien zij eigenlijk moeten intreden, houdt op, wanneer die van de meer bevoorregte standen eerst regt begint. Hunne geringe verstandsontwikkeling op dien leeftijd, alsmede het korte en dikwijls ongeregelde schoolbezoek, zullen wel zeer gewigtige en niet uit den weg te ruimen beletselen zijn, om aan het onderwijs in de gewone lagere- of volksschool eene groote uitbreiding te geven.

Zoo lang de openbare lagere school hare leerlingen niet langer behoudt dan tot 12-jarigen leeftijd, zal haar onderwijs wel nimmer iets anders kunnen zijn dan een lager of elementair onderwijs. Lager, omdat het de grondslagen moet leggen van het hoogere, dat in lateren tijd, 't zij door het leven zelf, 't zij in meer bijzondere inrigtingen gegeven moet worden; elementair, omdat het zich tot de elementen van die algemeene kundigheden moet bepalen, welke een vormend beginsel hebben voor het volks-, voor het maatschappelijk leven.

Van eigenlijk gezegd wetenschappelijk onderwijs zal zij zich moeten onthouden. Zij kan den weg naar de wetenschap wel banen, wel bouwstoffen voor hare be-