is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

zoo iets ongerijmds en onwaars nimmer leeren. Laat ons eens zien, wat Grimm in zijn nieuw „Deutsches Wörterbuch," erste Lieferung, pag. 8, zegt. Gij vindt daar, dat bij dezen taalkundige het onderscheid tusschen a en e „fühlbar" genoeg is, om er den regel zeiven op te bouwen. Ongeveer zoo spreekt hij ook in zijne Grammatica. En toch is Grimm geen man, die voor de uitspraak van het „ Neuhochdeutsch " te ligt een onderscheid gelden laat, maar misschien, naar mijn inzien, haar wel eens wat te weinig erkent. Genoeg, het onderscheid tusschen ai, ei, — au, eu, — a, e, — ia ,j fühlbar".

3. Dat ik bij don derden regel niet gezegd heb, of men in het schrijven alleen, of ook in het lezen, de medeklinkers b en p, d en t, enz. onderscheiden moet, — heeft eenen zeer eenvoudigen grond, — het was hier waarlijk niet noodig; de zaak spreekt van zelve.

4. Uwe aanmerkingen over den 5den regel hebben meestal hunnen grond daarin, dat gij, zoo als het mij toeschijnt, geen helder denkbeeld van de z hebt, zoo als zij tegenwoordig in de levende, schriftelijke en mondelinge, Hoogduitsche taal inderdaad is of bestaat. De z, op zich zelve staande (in znr, zum, Beiz), heeft, zoo als ik ook in den 4den regel gezegd heb, den klank van ts; maar de z in sz is iets anders. Dit schijnt gij nooit opgemerkt te hebben, noch in de uitspraak der Duitschers, noch in de nieuwere geschiedenis der Duitsche orthographie. Wie in de Duitsche letterkunde eenigermate bekend is, heeft kunnen opmerken, dat ook vroeger, toen de sz nog meer dan thans gebruikt werd, de s,s toch nooit na tweeklanken gezet werd, en men dus nooit heisser, weisser, ausser, maar altoos heiszer, weiszer, auszer, schreef; en mogt men ook al de sz na korte