is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk,

zóón naar de school, is de school, die den zoon ontvangt, als persoon aan te merken!" Is dat 'niet op de hollandsche goedgeloovigheid wat grof gezondigd? Er is immers hier hoegenaamd geene kwestie van ontvangen. Naar de school, is logisch de bepaling, de rigting, het terminatie/ van het voorstel, en taalkundig wordt de school alleen van het voorzetsel geregeerd. Dat men bij overgankelijke werkwoorden het regtstreeksche voorwerp (régime direct) zakelijk, en het niet - rcgtstr. (rég. indir.) persoonlijk voorwerp noemt, kan men ter korte onderscheiding dulden; maar dit laatste tot elke betrekking te willen uitstrekken, die door voorzetsels wordt aangeduid, is hoogst onwetenschappelijk en geeft aanleiding tot de buitensporigste verwarring.

Nog één woord van de voorzetsels. Daarvan had ik gezegd: „ De. S. behandelt de gehcele leer der voorz. op eene halve bl., men kan denken hoe naauwkeurig." Dat noemt de S. eene berisping; „ hoe uitvoerig, had ik moeten zeggen, als ik waarheid had willen spreken." Verbeeldt zich dan de S., dat hij de leer der voorzetsels , die eene der gewigtigste is der Hoogd. taal, op zijne halve bl. naauwkeurig behandeld heeft? Of weet hij niet, dat een verslag „ naauwkeurig" heet, wanneer het eene zaak in al hare bijzonderheden beschrijft ? „ Uitvoerig" is het, als het deze nog uitwerkt en uitéén zet; „ onnaauwkeurig " zou het zijn, als het onwaarheden of fouten bevatte. Eene berisping wegens verkeerdheden kan in mijne woorden niet gelegen hebben; want op eene halve bl. is immers toch nog plaats genoeg voor eene menigte misslagen. Er lag alleen in mijne woorden, dat de gewigtige leer der voorzetsels met dezelfde oppervlakkigheid als de rest behandeld is, en het geschrift-