is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 9]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUI

Mengelwerk.

noodig en nuttig is, en om naauwkeurig te onderzoeken , of dit door hen ook gemakkelijk begrepen en onthouden kan worden. Want van hunne ontwikkeling hangt het af, of gij sommige der door mij aangeduide onderwerpen zult kunnen behandelen of misschien geheel achterwege zult moeten laten; hangt het af, of gij hier wat lager zult moeten dalen en daar weder wat hooger zult kunnen klimmen.

Twee raadgevingen reken ik daarom ten slotte niet overbodig. Vooreerst: perk vóór iedere aardrijkskundige les de stoffe af, die gij mot uwe leerlingen wilt behandelen, en tracht in de lessen zelve al wat gij onderwijst met elkander in natuurlijk verband te brengen en door gedurige herhaling hen in 't hoofd te prenten. Verzuimt gij dit, dan kan ligt een bont mengelmoes van velerlei zaken in 't hoofd der leerlingen neêrgelegd, maar zal het medegedeelde ook weder spoedig door hen vergeten worden. En dat dan het doel, om hen eene bruikbare nuttige kennis in 't leven meê te geven, niet zou worden bereikt, zal niet noodig zijn nader te ontvouwen.

Mijne tweede raadgeving is deze: tracht zoo veel konnis van de natuur en de geschiedenis te verwerven, dat gij daardoor in staat zijt, om uw onderwijs niet alleen aanschouwelijk, bevattelijk en aanlokkelijk, maar, zooveel als de ontwikkeling uwer leerlingen toelaat, ook grondig te maken. Naarmate gij beter de stof beheerscht, haar wezen kent en haar verband inziet, dos te beter zult gij ook in staat zijn, het meest bruikbare te kiezen en tot een werkelijk geestesvoedsel voor uwe schooljeugd toe te bereiden.

En wanneer ik nu de op mij genomen taak voor afgewerkt beschouw, sluit ik met den wensch, dat het

t