is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mengelwerk.

werks, wat zijn de lotgevallen des werks in zijn' omvang? Was liet ooit in onze hand, was het ooit on3 werk ? o Neen, o neen, over ons waakte eene Hand, die wij ootmoedig vereeren. Vaak zijn onze zorgen verdwenen , toen het zwaard als aan eenen draad boven ons hoofd zweefde; maar vaak ook is onze hoop teleurgesteld, zijn onze verwachtingen vernietigd geworden. Gelijk eene beek, die van het gebergte stort, nam het werk zijne rigting, zoo als het wilde. De druk zijner eigen zwaarte gaf hem zijne rigting. Aan zijnen oorsprong staande, vermoedden wij vaak naauwelijks, waarheen zijn loop wilde. Het nam wateren, het nam beken in zijnen loop op, die wij niet kenden; maar derzelver hooge kracht vermengde zich met de bronnen des oorsprongs, en dwong deze te gaan, werwaarts het gewikt des geheels hen heenvoerde. Dit gewigt des geheels beheerschte den gang van ons doen; het werd daardoor een Goddelijke gang; want het is God, die hem dit gewigt gegeven heeft, boven onze verwachting en boven onze verdienste. Ja, God is hot, die hem dit gewigt gegeven heeft, boven aller menschen verwachting en boven aller menschen verdienste. Wij zijn in de hand van Hem, die het altijd voerde, waarheen Hij wilde. Wat zijn wij in de magt des strooms, waarin wij verdwijnen; wat zijn wij in het gewigt, dat God aan ons doen gegeven heeft? Wat is menschen-lof voor ons? In het bewustzijn der waarheid van onzen gang, wat wil dat zeggen, wat moet dat zeggen, dat zij ons stichters, dat zij ons scheppers van een werk noemden, dat God zelf leidde van deszelfs aanvang af tot dit uur toe? Als menschcnwerk behoefde het met ieder jaar eene nieuwe schepping, en vond haar in de wonderen