is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare ..., 1853 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boehbeoor deelingen.

door een meestal bevattelijken stijl, door naauwkeurigheid, en door die mate van volledigheid, welke met een' zoo beperkten omvang bestaanbaar is, gunstig aanbeveelt. Zoo wij ons niet bedriegen, zal men op de lao-ere klassen der Gymnasiën en Latijnsche scholen — en voor deze is het, blijkens den titel en het voorberigt, inzonderheid bestemd — zich daarvan met vrucht kunnen bedienen. Wij aarzelen dan ook niet, het ten dien einde, nevens andere reeds bestaande werkjes van dien aard, ruimschoots aan te bevelen. „Het geheel" — dus zeggen de Heeren Meölek en van Gig-ch in hunne voorrede — „ is voor de beginnenden ingerigt. Men toa, zoo als wij meenen, het boekje hot best zoo kunnen gebruiken, wanneer men den leerling eerst het meest noodzakelijke liet leeren, door b. v. hetgeen overal in parenthesi geplaatst is, en meestal namen en minder belangrijke opgaven bevat, te doen overslaan, vervolgens aan zijne studie meer uitbreiding gaf, en datgene, -wat uier kortelijk is aangestipt, door mondelinge voordragt, iie uit het grootere werk van Pütz kon worden ontleend , uitbreidde." Zij voegen er bij: „ ten slotte meenen wij te moeten doen opmerken, dat wij in dit boekje slechts eene vertaling leverden. Hier en daar is slechts eene kleinigheid bijgevoegd of weggelaten" enz. Dit laatste kunnen wij minder goedkeuren. Wij hadden gewensclit, dat de Heeren Mehler en van Gigcii — die, zoo wij gelooven, voor een' dusdanigen arbeid wél berekend waren — zich niet bloot ten taak gesteld hadden, het Hoogduitsche werkje te vertalen, maar het tevens, wat toch ook bepaald op den titel aangeduid wordt, ten behoeve van 't Nederlandsche publiek en de Nederlandsche Gymnasiën, hier en daar wat om te werken. Op